De gemeenteraad kan op voorstel van burgemeester en wethouders een stads- en dorpsgezicht aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht, wanneer een groep van onroerende zaken van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en zich in deze groep één of meer monumenten bevinden.
De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid.
Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.
De gemeenteraad stelt ter bescherming van een aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening of een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet vast. Bij de aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan daarvoor een termijn worden gesteld
Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre een geldend bestemmingsplan of het tijdelijk omgevingsplan als beschermend in de zin van het vorige lid kan worden aangemerkt of dat een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening moet worden vastgesteld.
Dit artikel is niet van toepassing op een beschermd stads- of dorpsgezicht dat via instructies de functie-aanduiding rijksbeschermd of provinciaal beschermd stads- of dorpsgezicht heeft, of dat is aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 1
Artikel 4.9
Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (VFL)