Burgemeester en wethouders kunnen, in aanvulling op artikel 3.4 en 3.5, in de vergunning voorschriften opnemen, dan wel een vergunning weigeren, in het belang van:
de openbare orde;
veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid;
het voorkomen of beperken van overlast, waaronder mede verstaan wordt het afstemmen met andere werkzaamheden, een goede doorstroming van het verkeer en de bescherming van groenvoorzieningen en van het uiterlijke aanzien van de omgeving;
de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik, beheer, en onderhoud van openbare gronden en gebouwen en het belang van evenementen;
de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het beschermen van reeds in de grond aanwezige werken en eventuele in de grond aanwezige objecten.
De voorschriften en weigeringsgronden, zoals genoemd in het eerste lid, kunnen slechts betrekking hebben op:
het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering van werkzaamheden;
het bevorderen van medegebruik van voorzieningen die door derden of de gemeente tegen marktconforme kosten ter beschikking worden gesteld;
afstemming met betrekking tot overige in de grond aanwezige werken.
De belanghebbenden ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden worden door de netbeheerder schriftelijk geïnformeerd over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden.
De netbeheerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en groenvoorzieningen terug te brengen in de oude staat, tenzij burgemeester en wethouders vooraf hebben aangegeven hier (gedeeltelijk) zelf zorg voor te willen dragen.
HOOFDSTUK 7 › Paragraaf 2:
Artikel 7.8
Voorschriften en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (VFL)