Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
In afwijking van artikel 3.5 wordt een vergunning slechts geweigerd:
in het belang van een veilig en doelmatig gebruik van de weg;
in het belang van de doorstroming van het verkeer op de openbare weg;
in het belang van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;
als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen, of;
wegens strijd met het bestemmingsplan of omgevingsplan.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de (Interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant en op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de (Interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of de Waterschapsverordening.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet-tijdig beslissen) niet van toepassing.
HOOFDSTUK 8
Artikel 8.15
Maken of veranderen van een uitweg
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (VFL)