Burgemeester en wethouders trekken een vaste-standplaatsvergunning in aanvulling op het bepaalde in artikel 3.6 in twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend overeenkomstig artikel 9.8.
Burgemeester en wethouders kunnen een vaste-standplaatsvergunning in aanvulling op het bepaalde in artikel 3.6 voor bepaalde of onbepaalde tijd intrekken:
als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden;
als van de vergunning gedurende ten minste 8 van de 13 weken geen gebruik is gemaakt; of
als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.
** 3. .** In geval van intrekking voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald dat de toegewezen standplaats vervalt.
** 4. .** Als de vergunninghouder of zijn overeenkomstig artikel 9.10 aangewezen vervanger zijn standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de markt heeft ingenomen, vervalt de vergunning voor de rest van de dag.
HOOFDSTUK 9 › Paragraaf 2
Artikel 9.9
Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (VFL)