1. De bevoegde mag ondermandaat of verdere volmacht verlenen, tenzij in de mandaatregeling is aangegeven dat dit niet is toegestaan. Daarbij kan de bevoegde aangeven of verder ondemandaat en volmacht kan worden verleend.
2. Ondermandaat en verdere volmacht kan alleen aan rechtstreeks onder de bevoegde werkzame personen worden verleend en gebeurt schriftelijk.