Voor de aanpak van de gebouwde omgeving hebben we een prioritering gemaakt. We kunnen niet de hele omgeving in één keer aanpakken. Dat kost veel geld en tijd. Bovendien is dit niet doelmatig omdat de problemen niet overal urgent zijn. Zie hiervoor ook de risicokaart (figuur 6 §3.1). Vooral oudere of lagergelegen wijken zullen meer last hebben van wateroverlast, en centrumgebieden hebben meer last van hitte.
In de openbare buitenruimte hebben verschillende partijen eigendommen. De gemeente is bijvoorbeeld eigenaar en daarmee verantwoordelijk voor de verharding, riolering, groen, speelplaatobjecten en openbare verlichting. Nutspartijen zijn eigenaar van waterleidingen, elektriciteitskabels, onderstations of gasleidingen. Al deze assets hebben een theoretische levensduur en daarmee is een theoretisch vervangingsjaar te bepalen (jaar van aanleg + theoretische levensduur = theoretische vervangingsjaar). Met deze input is een cyclische planning op te stellen.
Deze cyclische planning komt terug in een toekomstig Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), beheerplan of programma (afhankelijk van de vorm die dit krijgt onder de omgevingswet). Zie hiervoor ook hoofdstuk 8.
De vervangingsopgave is per buurt opgebouwd. Het doel van deze aanpak is dat een hele buurt dan ook in één keer integraal gereed is en er daarmee ook voor langere tijd geen werkzaamheden hoeven plaats te vinden. De integrale aanpak heeft ook voordelen bij het beperken van overlast en in financieel opzicht. Op deze manier is dan ook te verwachten dat er minder vaak in de grond geroerd hoeft te worden en daarmee de kwaliteit van de assets langer behouden blijft. Klein onderhoud van afzonderlijke assets is dan mogelijk uit te stellen.
De integrale cyclische vervangingsplanning houdt rekening met twee belangrijke externe doelen: klimaatadaptatie en energietransitie. Bij groot onderhoud kijken we of we ook bijvoorbeeld een warmtenet aanleggen. Zo zijn de volgende uitgangspunten en bijbehorende afwegingen per buurt opgesteld:
Theoretische vervangingsjaar van zowel gemeentelijke assets als assets van derden op basis van aanlegjaar;
Klimaatadaptatie: aanwezigheid wateroverlast bij clusterbui;
Klimaatadaptatie: aanwezigheid begaanbaarheid (ontsluitings)wegen;
Klimaatadaptatie: aanwezigheid kwetsbare panden en objecten;
Klimaatadaptatie: aanwezigheid hittestress;
Klimaatadaptatie: geraamd schadebedrag bij clusterbui door wateroverlast.
Alle betrokken items hebben een wegingsfactor meegekregen om daarmee de integrale planning de juiste verhouding mee te kunnen geven. Het resultaat is een optimale integrale cyclische vervangingsplanning met een voorlopige planperiode tot en met het jaar 2064. Zie bijlage 2 voor de voorlopige urgentie per buurt.
Voor gebieden waar al ontwikkelingen plaatsvinden, zoals in Hoofddorp Centrum, veranderen we de onderhoudsplanning niet (figuur 9). Wel passen we de basisveiligheidsniveaus toe bij de nieuwe ontwikkeling. We hebben hierbij extra aandacht voor de kwetsbare gebieden. In een gebied met een hoog risico voor wateroverlast kijken we kritisch naar de toepassing van de basisveiligheidsniveaus voor wateroverlast.
Figuur 9: kaart met de grootste transformatie- en nieuwe ontwikkelgebieden
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.3
Artikel 5.3.2
Prioritering van ingrijpen
Onderdeel van Klimaatadaptatiebeleid Haarlemmermeer