Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.1

Omgang met archeologie in gemeentelijke plannen

Onderdeel van Beleidsnota Archeologie Gemeente Haarlemmermeer

Als opsteller van het bestemmingsplan/ omgevingsplan en als vergunningverlener is de gemeente verantwoordelijk voor de omgang met archeologie. In omgevingsplannen dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid dat zich archeologische resten in de grond of waterbodem bevinden. De gemeente kan de initiatiefnemer van een bouwproject vervolgens verplichten om een archeologisch vooronderzoek te doen. Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan een aantal activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. De wet bevat geen inhoudelijke norm voor de omgang met archeologie. De gemeente kan wat dat betreft zelf beleid opstellen binnen de grenzen van de gemeentelijke zorgplicht voor archeologisch erfgoed, mits goed onderbouwd en gemotiveerd. Op grond van artikel 5.130 uit het Bkl is het verplicht in een omgevingsplan rekening te houden met het behoud van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische waarden. Dit betekent dat voor gebieden met een dubbelbestemming archeologie moet worden aangegeven waarom hier archeologische waarden verwacht worden. Het inventariserend onderzoek moet dus al verricht worden in het kader van de vaststelling van het omgevingsplan. Dit voorkomt onverwachte belemmeringen of kosten aan de kant van initiatiefnemers, met name omdat bij de uitvoering van een concreet initiatief alleen nog archeologisch onderzoek kan worden voorgeschreven als sprake is van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische waarden. De gemeente heeft omwille hiervan haar archeologische waardenkaart geactualiseerd op basis van in het verleden uitgevoerd onderzoek, en heeft de verwachting van archeologische waarden naar verschillende zones gespecificeerd. De onderbouwing van de nieuwe waardenkaart staat in bijlage 5.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel