Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.5

Artikel 5.5.3

Eisen aan de maatregelen

Onderdeel van Beleidsnota Archeologie Gemeente Haarlemmermeer

Het besluit van de gemeente geeft uitsluitsel over wat er moet gebeuren met de aanwezige archeologie. Hierbij bestaan verschillende mogelijkheden: Er is geen behoudenswaardige archeologie aanwezig: De vindplaats wordt niet behouden en het plangebied wordt vrijgegeven. Er zijn wat archeologie betreft geen verdere restricties voor de planvorming. Wanneer de archeologie van waarde wordt geacht, streeft de gemeente naar balans tussen opgraven, behouden en benutten. De vindplaats kan in situ behouden worden (bescherming) door planaanpassing of -inpassing. Behoud in situ van de vindplaats is niet reëel. In dit geval dient de vindplaats ex situ behouden te worden; dit betekent dat er een volwaardige opgraving conform de KNA moet plaatsvinden. De gemeente voert als uitgangspunt geen archeologisch onderzoek in eigen beheer uit en richt geen archeologisch depot in, maar verlangt van uitvoerders van archeologisch onderzoek dat zij vondsten en documentatie van uitgevoerde onderzoeken doen toekomen aan het provinciaal depot voor archeologie van Noord-Holland (Huis van Hilde, Castricum), conform de eisen van het depot en van de KNA.

Rechtspraak bij dit artikel