De toetsingscriteria zijn:
Er is sprake van publiek belang;
Er is sprake van strikte noodzakelijkheid;
Betrokkenheid van andere partijen is noodzakelijk en wenselijk om het publiek belang te borgen;
Er is financiële dekking voor het instrument;
De investering wordt financieel haalbaar geacht in relatie tot de financiële positie van de aanvrager;
Er is geen sprake van ongeoorloofde staatssteun en er is geen strijdigheid met de Wet Markt en Overheid.
Publiek belang
De gemeente mag financieringsinstrumenten alleen inzetten als er sprake is van publiek belang2Zie ook het wettelijk kader in bijlage 1.. De gemeente bepaalt - gemotiveerd en transparant - zelf wat onder de publieke taak verstaan moet worden en hoe deze zal worden uitgeoefend. Een verstrekte garantie moet dus nadrukkelijk verband houden met het uitvoering geven aan beleidsdoelstellingen. Het is de raad die de publieke taak bepaalt. Een aanvraag moet daarom altijd getoetst worden aan de kaders die door de raad zijn meegegeven, zoals de programmabegroting.
Strikte noodzakelijkheid
Zoals aangegeven gaat de gemeente in beginsel terughoudend om met aanvragen voor garantstellingen. Het verstrekken van garanties is op zichzelf geen gemeentelijke taak en wordt daarom zoveel mogelijk overgelaten aan de markt. Dit om marktverstoring te voorkomen en vanuit het principe dat private partijen de zaken onderling vanuit hun eigen verantwoordelijkheid regelen, zonder tussenkomst van de gemeente.
Een vereiste voor betrokkenheid van de gemeente is dan ook dat er sprake is van strikte noodzakelijkheid. Bijvoorbeeld omdat externe partijen niet of slechts deels bereid zijn te financieren zonder tussenkomst van de gemeente, terwijl er wel een publiek belang is. Dit betekent meestal dat de gemeente risico’s loopt daar waar de markt niet bereid is tot financieren. Hiervoor zal de gemeente een vergoeding en/of waarborgen eisen.
Concreet houdt dit toetsingscriterium het volgende in:
Voor een garantstelling wordt alleen gekozen wanneer financiers niet bereid zijn (volledige) financiering te verstrekken, zonder een garantstelling. Dit moet worden aangetoond door de aanvrager. Richtlijnen hiervoor zijn opgenomen in het document ‘Uitvoeringsrichtlijnen Garantiebeleid’, zoals vastgesteld door de directie.
De garantie moet van essentieel belang zijn voor het kunnen (blijven) uitoefenen van de activiteiten;
De gemeente verstrekt geen garantie als de financiële verantwoordelijkheid in handen is van een andere bestuurslaag (bijvoorbeeld provincie of waterschap);
De aanvrager moet aantonen dat er geen of ontoereikende Rijks(garantie)regelingen of garanties vanuit andere instanties, zoals waarborgfondsen (zie bijlage 2), mogelijk zijn waar het betreffende project/aanvrager gebruik van kan maken.
Financiële kaders
Bij de begroting wordt jaarlijks een garantieplafond vastgesteld. In de jaarstukken wordt bij de ‘niet uit de balans blijkende verplichtingen’ het actuele plafond opgenomen. Voor aanvragen die niet binnen de (begrotings)kaders vallen dient een voorstel aan de raad te worden voorgelegd. Daarnaast geldt dat de raad vooraf in kennis worden gesteld van een te verlenen garantie als:
deze groter is dan € 1 miljoen per aanvraag; en/of
deze niet voldoet aan het vastgestelde gemeentelijk garantiebeleid; en/of
het garantieplafond van € 36 miljoen voor garanties met een publiek gemeentelijk belang en revolverend karakter wordt overschreden3Voor de garanties met een regionaal strategisch karakter is geen plafond vastgesteld; in verband met het afbouwscenario komen hier in principe geen nieuwe garanties bij. Garanties in het kader van de NHG en Wsw en indirecte garantstellingen aan gemeenschappelijke regelingen vallen niet onder het vastgestelde plafond..
Financiële haalbaarheid en positie van de aanvrager
De risico's voor de gemeente worden beperkt door vooraf onderzoek te doen naar de financiële haalbaarheid van de investering en de financiële positie waarin de aanvragende instantie verkeert. De gegevens en documenten die bij de aanvraag ingediend moeten worden zijn opgenomen in bijlage 3.
Bij de beoordeling wordt uitgegaan van de volgende criteria:
Door de aanvrager moeten voldoende zekerheden worden overlegd voor de garantstelling (bijvoorbeeld regresrecht of het eerste recht van hypotheek op een pand of op grond). De zekerheidsstelling wordt zo snel mogelijk - en in ieder geval binnen zes maanden - gevestigd na goedkeuring van de garantieaanvraag.
De gemeente kan op de afgegeven garantie een vergoeding in de vorm van een premie verlangen in het kader van de regels omtrent staatssteun. De premie wordt gesteld op een marktconform percentage waarvoor de gemeente in enig jaar risico loopt4Conform de financiële verordening moet de premie minimaal gelijk zijn aan de integraal geraamde kosten die de gemeente maakt. Afwijken kan alleen op basis van een vastgesteld raadsvoorstel. (artikel 13 lid 2). De financiële positie en prognoses van de aanvrager dienen zodanig te zijn dat rente en aflossing naar verwachting betaald kunnen blijven worden.
De meerjarenbegroting, inclusief investering en kapitaallasten, is sluitend.
Staatssteun en Wet Markt en Overheid
Van staatssteun is sprake bij elk voordeel dat een overheid aan een onderneming geeft. Bijvoorbeeld door het verstrekken van een lening of het geven van een garantie aan een onderneming tegen een lagere rente of premie dan de markt biedt. Staatssteun is gebonden aan Europese regelgeving (zie bijlage 1). Het is verboden om ongeoorloofde staatssteun te verstrekken. De staatssteunregels kennen een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer het gaat om een algemeen economisch belang. Op elke garantstellingsaanvraag wordt daarom een staatssteuntoets uitgevoerd om ongeoorloofde staatssteun te voorkomen. De gemeente neemt als uitgangspunt dat commerciële ondernemingen (gekenmerkt door een winstoogmerk) geen aanspraak kunnen maken op een garantie. Dit om het risico op ongeoorloofde staatssteun verder te minimaliseren. Huidige garanties voor commerciële instellingen worden afgebouwd5Dit afbouwen is middels het garantiebeleid 2015 ingezet en wordt gecontinueerd..
Gerelateerd is de Wet markt en overheid. De Wet Markt en Overheid schrijft gedragsregels voor overheden voor om concurrentievervalsing te voorkomen. Ook in het kader van deze wet wordt een toets uitgevoerd bij elke garantstellingsaanvraag.