Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Beheer en monitoring van garantstellingen

Onderdeel van Garantiebeleid 2019

Na het besluit tot het verlenen van een gemeentegarantie is zowel op bestuurlijk als financieel vlak monitoring van belang. Hiervoor wordt de onderstaande werkwijze gehanteerd. Jaarlijkse informatieverstrekking door geldnemer In het besluit of de overeenkomst ten behoeve van de garantstelling is opgenomen dat de geldnemer jaarlijks - binnen zes maanden na het verstrijken van het boekjaar - de jaarstukken over het verstreken boekjaar bij het college indient. Dit bestaat uit de balans en de winst- en verliesrekening met toelichting en een accountantsverklaring of een verklaring van de kascommissie. Voor individuele gevallen is maatwerk mogelijk en kan de gemeente nadere eisen stellen. Daarnaast kan de gemeente de meest actuele gespecificeerde exploitatiebegroting bij de geldnemer opvragen. Ook treft de geldnemer actief risicobeheersmaatregelen en informeert de gemeente hierover. Wanneer dit op basis van de verstrekte informatie nodig blijkt vindt met het bestuur of de directie waaraan de garantie verstrekt is minimaal één keer per jaar overleg plaats waarin bovenstaande punten en de informatievoorziening door de geldverstrekker aan de orde komen. Jaarlijkse informatievoorziening door geldverstrekker De geldverstrekker informeert het college jaarlijks - binnen zes maanden na het verstrijken van het boekjaar - of en in hoeverre de geldnemer zijn verplichtingen uit hoofde van de geldleningovereenkomst waarvoor de gemeente garant staat, is nagekomen. Jaarlijkse risicoanalyse door gemeente De door de geldnemer en geldverstrekker aangeleverde informatie wordt jaarlijks door de gemeente beoordeeld. Een risicoanalyse wordt uitgevoerd zoals opgenomen in de ‘Uitvoeringsrichtlijnen Garantiebeleid’. Hieruit volgt een kleurcodering per garantstelling, die indiceert hoe risicovol de garantie is. Het college rapporteert hierover aan de raad middels een geheime rapportage, die voorafgaande aan de behandeling van de programmabegroting aan de raad wordt toegezonden. Overige informatieverstrekking De geldnemer en de geldverstrekker hebben daarnaast gedurende het gehele jaar de informatieplicht om aan het college die gegevens te verstrekken die van belang zijn voor de risico-ontwikkeling die met de garantstelling samenhangt. In het geval van betalingsproblemen onderneemt de garantienemer actie om de betalingsproblemen zo snel mogelijk weg te nemen of te beperken. In ieder geval zullen zij het college zo spoedig mogelijk berichten over: Het niet nakomen door de geldnemer van de aan de geldlening verbonden betalingsverplichtingen waarvoor de gemeente garant staat. Hierbij is het uitgangspunt dat in het geval van betalingsproblemen de garantienemer actie onderneemt om de betalingsproblemen zo snel mogelijk weg te nemen of te beperken; Wezenlijke wijzigingen van de gegevens en bescheiden die bij de aanvraag om garantie zijn overgelegd; Rapportages waaruit blijkt dat de resultaten van de begroting significant nadeliger uitkomen; Een statutenwijziging van de geldnemer; Een fusie van de geldnemer; Ontbinding van de geldnemer. Interventiemogelijkheden De gemeente kan interveniëren wanneer hier aanleiding voor is op basis van de verstrekte (al dan niet jaarlijkse) informatievoorziening. Het gaat hierbij om de volgende acties om risico’s te beperken of wegnemen: De gemeente kan de frequentie en inhoud van informatievoorziening aanscherpen; Het college kan een door hen aangewezen persoon laten deelnemen aan de bestuursvergaderingen van de geldnemer, die daarvoor de volledige agenda van deze vergaderingen en de notulen van de gehouden vergaderingen ontvangt. Deze persoon heeft inzage in de te behandelen stukken en de mogelijkheid om de risico-ontwikkeling voor de gemeente bij voorgenomen besluiten nader toe te lichten en hierover zo nodig terstond het college te informeren; Het college kan één of meer door hen aangewezen personen zitting te laten nemen in het bestuur. Intrekken van een garantie De gemeente kan een garantie intrekken wanneer een of meerdere van de volgende zaken van toepassing zijn: De overeenkomst van geldlening waarop de garantie betrekking heeft komt niet binnen een jaar na het garantiebesluit tot stand. Hierbij wordt de hoofdsom dus niet volgens het overeengekomen storting- en aflossingsschema aan de geldnemer ter beschikking gesteld; Het risico dat voor de gemeente uit de verstrekte garantie voortvloeit wordt significant gewijzigd door toedoen of nalaten van de geldnemer. De geldnemer onderneemt activiteiten die grote financiële risico's met zich meebrengen of treft geen maatregelen om vermogensverlies te voorkomen. Denk hierbij aan wanbeheer en het nalaten van afsluiten van verzekeringen; De garantienemer voldoet niet aan de in de overeenkomst opgenomen verplichtingen; De garantienemer heeft onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, waarbij de juiste gegevens zouden leiden tot een andere beschikking tot garantieverlening; De (aanvraag tot) garantstelling was anderszins onjuist of onvolledig en de garantienemer wist dit of kon dit weten.

Rechtspraak bij dit artikel