Op hoofdlijnen bestaan er, vanuit de gemeente bezien, vier dekkingsmogelijkheden om investeringen te bekostigen:
Gemeentelijke exploitatie;
Subsidies en bijdragen;
Gemeentelijke grondexploitatie;
Kostenverhaal en financiële bijdragen op basis van de Omgevingswet.
Gemeentelijke exploitatie
Een groot deel van de gemeentelijke uitgaven wordt bekostigd door de algemene uitkering en belastingen. Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds (algemene uitkering). De algemene uitkering is vrij besteedbaar en de raad bepaalt de besteding. Hiermee betalen wij een deel van onze uitgaven, samen met de verkregen inkomsten uit belastingen.
De Omgevingsvisie heeft straks invloed op de wijze waarop we de openbare ruimte (her)inrichten en bijvoorbeeld maatregelen nemen voor de groene en gezonde leefomgeving. Het onderhoudsniveau en de wijze van onderhoud van de openbare ruimte worden vastgelegd in onderhoudsplannen en een kwaliteitsplan openbare ruimte.
De onderhoudsplannen worden tweejaarlijks geactualiseerd en financieel vertaald middels een jaarlijkse dotatie aan de voorzieningen voor het (groot) onderhoud. Dit geeft de raad ook de mogelijkheid tot sturing hierop.
Het voorzieningenniveau (sport, onderwijs, infrastructuur, etc.) wordt financieel vertaald in investeringsbudgetten. Vervangings- en nieuwe investeringen als gevolg van de Omgevingsvisie worden opgenomen in het meerjaren investeringsplan en liggen jaarlijks voor ter besluitvorming bij de Kadernota en Begroting. De afschrijvingslasten worden meegenomen in het meerjarenperspectief.
Naast eenmalige investeringen kunnen gevolgen van de Omgevingsvisie zich ook vertalen in jaarlijks terugkerende exploitatiekosten (bijvoorbeeld bij de bouw van buurthuizen of extra sportvoorzieningen) en opbrengsten (bijvoorbeeld bij verhuur van gebouwen). Ook deze kunnen worden ingebracht bij de Kadernota en Begroting.
Subsidies en bijdragen
Naast de eigen gemeentebegroting bestaan er verschillende subsidieregelingen, op regionaal, provinciaal, landelijk en Europees niveau. Zo kan er voor veel investeringen in OV-voorzieningen of langzaam verkeerverbindingen een beroep gedaan worden op regelingen van de Vervoerregio Amsterdam. Afhankelijk van de investeringsopgave zoeken wij dan ook subsidies als cofinanciering. Het overige zal uit de eigen begroting worden bijgelegd, door middel van voorstellen bij de Kadernota en Begroting.
Gemeentelijke grondexploitatie
Bij veel nieuwbouwontwikkelingen waar verdienpotentie is (onder andere woningbouw, kantoren en bedrijventerreinen) worden de investeringen voor de bouw van het vastgoed en bijbehorende noodzakelijke ingrepen in de openbare ruimte in principe gedekt door de revenuen die bij dergelijke ontwikkelingen ontstaan. Als de gemeente de te ontwikkelen gronden in eigen bezit heeft, worden de gemeentelijke kosten binnen de gemeentelijke grondexploitatie gedekt. Dat gaat bijvoorbeeld over de dekking van ambtelijke kosten en ingehuurde adviseurs. Benodigde bijdragen aan eventuele grootschalige (bovenplanse) investeringen, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur en groen, worden ook verrekend in een hogere grondprijs en gedekt uit de eventuele winst van de grondexploitatie. Overige winsten vanuit grondexploitatie worden afgedragen aan de Reserve grondzaken. Ingeval er weinig verdienpotentie is (bijvoorbeeld bij projecten waar grotendeels sociale huurwoningen worden gerealiseerd) kan een grondexploitatie met een tekort ontstaan, doordat de verkoop van gemeentegrond te weinig oplevert om de projectkosten te dekken. De Reserve grondzaken wordt dan ingezet om dergelijke negatieve grondexploitaties te dekken.
Kostenverhaal en financiële bijdragen onder de Omgevingswet
Bij nieuwbouwontwikkelingen waar de gemeente niet de gronden in eigen bezit heeft, worden de kosten gedekt door de private initiatiefnemers. De gemeente Diemen is wettelijk verplicht om de kosten die de gemeente zelf maakt, te verhalen op de (private) initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. Alle kosten die de gemeente moet maken om dit mogelijk te maken, brengt de gemeente in rekening bij de initiatiefnemer. Daarvoor vraagt de gemeente een exploitatiebijdrage. Bij private initiatieven borgt de gemeente het kostenverhaal met een exploitatiebijdrage in een anterieure overeenkomst (privaatrechtelijk spoor). Dit heeft altijd de voorkeur, bij elk initiatief. Alleen als we er met een private partij echt niet uitkomen, gaan we het kostenverhaal afdwingen (publiekrechtelijk spoor). Tot op heden heeft Diemen echter nog nooit het kostenverhaal hoeven af te dwingen.
Kostenverhaal onder de Omgevingswet
Het kostenverhaal vloeit nu nog voort uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), maar heeft straks een wettelijke basis in de Omgevingswet. Het instrumentarium bestaat straks uit twee hoofdgroepen elk verdeeld naar twee subgroepen:
Regulier kostenverhaal:
Bij integrale ontwikkeling;
Bij organische ontwikkeling.
Kostenverhaal van financiële bijdragen:
Bij integrale ontwikkeling;
Bij organische ontwikkeling.
Een gemeente dient voortaan voorafgaand aan de planvorming een keuze gemaakt te hebben over de te voeren planologische en kostenverhaalstrategie. Deze keuze leidt tot het model kostenverhaal van integrale of organische ontwikkeling. In Diemen kiezen we in principe voor het model van integrale ontwikkeling. Inherent aan binnenstedelijk bouwen is namelijk werken met gedetailleerde Omgevingsplannen in verband met de rechtszekerheid voor omwonenden. Het organische kostenverhaalsmodel ligt meer voor de hand bij grote gebieden waar de gemeente nog niet precies weet wat waar komt, maar alleen op hoofdlijn. Dat is in Diemen vooralsnog nergens het geval.
Financiële bijdragen
Naast het kostenverhaal is een publiekrechtelijke mogelijkheid opgenomen voor het afdwingbare verhaal van financiële bijdragen aan de uitvoering van een Omgevingsplan. Dit is een nieuwe regeling waarmee voor bepaalde categorieën ontwikkelingen, ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, een financiële bijdrage kan worden verhaald op degene die een (bouw)activiteit verricht. Deze nieuwe afdwingbare regeling vergt een functionele samenhang tussen de activiteit en de beoogde ontwikkeling, maar kan buiten de ontwikkeling gelegen zijn. Bijv. vanuit de revenuen van de bouw van een woonwijk wordt een bijdrage afgeroomd om mee te betalen aan de aanleg van een ringweg of een wijk overstijgend recreatiegebied. De functionele samenhang moet zijn beschreven in de Omgevingsvisie of een Programma. Ook moet de bekostiging van de beoogdeinvestering niet al anders verzekerd zijn (bijv. door subsidies). Tevens moet hierover publiekelijk verantwoording worden afgelegd en kent het bedrag een aftopping. Deze financiële bijdrage komt in volgorde ná regulier kostenverhaal. Dat wil zeggen op het moment dat een ontwikkeling een beperkte waardestijging heeft om mee te betalen aan publieke kosten, zullen eerst de direct uit de ontwikkeling voortvloeiende kosten (het kostenverhaal) worden verhaald en daarna pas deze bijdrage. Het is expliciet een bijdrage, dus geen bekostigingssysteem.
De gemeenteraad kan de financiële bijdrage kwaliteits-verbetering in een Omgevingsplan opnemen. De gemeente wijst daarbij de ontwikkelingen aan en de hoogte van de bijdrage.
Ook hier geldt, net als bij het reguliere kostenverhaal, dat publiekrechtelijk (en afdwingbaar) mag worden afgezien van het vastleggen van deze bijdrage in een omgevingsplan, op het moment dat de bijdrage anderszins is verzekerd (via privaatrechtelijke anterieure overeenkomst).
Financiële bijdragen mogen gevraagd worden voor kosten die worden gemaakt ten behoeve van:
Herinrichting landelijk gebied;
Natuurherstel (vermindering stikstof en verbetering watersystemen);
Aanleg van infrastructuur of OV;
Aanleg recreatievoorzieningen en regionaal groen;
Realiseren van sociale huur-of koopwoningen;
Stedelijke herstructurering (sloop/nieuwbouw).
Toepassing financiële bijdragen in Diemen; functionelesamenhang woningbouwlocaties
In Diemen zetten we dit instrument in om een financiële bijdrage van een projectontwikkelaar te vragen (en zo nodig af te dwingen) op het moment dat een ontwikkelaar een plan realiseert waar hoofdzakelijk vrije sector woningen kunnen
komen en de gemeente desondanks wel wil meewerken. Onder “hoofdzakelijk” wordt in dit geval verstaan; in afwijking van de percentages genoemd onder spelregels 3a en b in de paragraaf 5.5. Spelregels. De bijdrage kan dan worden ingezet om elders binnen Diemen te compenseren met sociale woningbouw. Hierdoor is sprake van een functionele samenhang tussen woningbouwlocaties met hoofdzakelijk vrije sector woningen en woningbouwlocaties waar hoofdzakelijk sociale huur of middeldure huur wordt gerealiseerd. Voor een goed functionerende en evenwichtige woningmarkt zal immers in alle segmenten aanbod moeten zijn.
Uitwerking van de systematiek van dit instrument volgt in een later stadium in een Programma, de Nota Grondbeleid of het Omgevingsplan.