Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1

Kwijtschelding renteloze en rente dragende geldlening

Onderdeel van Beleidsregels Bijstandverlening zelfstandigen Sluis 2022

Het college gaat over tot ambtshalve kwijtschelding van een vordering die ziet op renteloze geldlening (algemene bijstand) en een rente dragende geldlening (bedrijfskapitaal) indien de belanghebbende: gedurende 5 jaar zijn aflossingsverplichting voor de als geldlening verstrekte bijstand onafgebroken en naar draagkracht is nagekomen; gedurende een periode van 2 jaar niet of zeer onregelmatig heeft afgelost op een vordering en de nog openstaande vordering minder bedraagt dan € 125; gedurende 5 jaar geen aflossingen aan een niet-verwijtbare vordering heeft gedaan en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment alsnog gaat verrichten. De in onderdeel c genoemde termijn bedraagt 10 jaar indien sprake is van een verwijtbare vordering wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht. Het college gaat niet over tot kwijtschelding als er sprake is van dwanginvordering. Kwijtschelding van een lening ten behoeve van bedrijfskapitaal is ook mogelijk in die gevallen zoals beschreven in artikel 43 Bbz 2004. Indien de vordering betrekking heeft op bijstand voor levensonderhoud, wordt voor kwijtschelding aangesloten bij de beleidsregels Terug- en Invordering Participatiewet Sluis. Het college kan het besluit tot kwijtschelding intrekken als blijkt dat de belanghebbende het college voor, tijdens of na de looptijd van de terugbetaling voorzien heeft van onjuiste of onvolledige informatie en de juiste of volledige informatie had geleid tot een andere terugbetalingsverplichting of tot geen kwijtschelding.

Rechtspraak bij dit artikel