Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.3.

Eisen t.a.v. opbreken en (indien van toepassing) herstellen gesloten verhardingen

Onderdeel van Handboek kabels en Leidingen gemeente Asten 2018

1.. Wegkruisingen in wegen met een gesloten verharding worden altijd gerealiseerd d.m.v. een persing of (gestuurde) boring conform artikel 8.5. 2.. Het is in beginsel verboden ontgravingen te verrichten in wegen met een gesloten verharding. Behoudens in het geval wanneer er in deze wegen al kabels of leidingen aanwezig zijn die moeten worden gerepareerd of dat er aansluitingen op moeten worden gemaakt. In die gevallen wordt er gewerkt met voorafgaande (schriftelijke) toestemming van het college. 3.. Voordat een asfaltconstructie wordt verwijderd, worden de grenzen van het betreffende uit te breken gedeelte op steenmaat tot de gewenste diepte ingezaagd. 4.. Bij mechanisch te verrichten grondwerk dient de asfaltsleuf minimaal 0,50 m breder te zijn dan de bakbreedte van de graafmachine. Het ondergraven van de asfaltverharding is niet toegestaan. 5.. Vervolgens wordt het asfalt met behulp van een compressor verwijderd. De vrijgekomen materialen worden (voor zover dit mogelijk is) gescheiden naar: teerhoudend niet teerhoudend Beiden worden afgevoerd conform de CROW publicatie 210: 'Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt'. Indien van toepassing zorgt de grondroerder zelf voor de benodigde afvalstroomnummers. Een kopie van de acceptatie- of stortbonnen van een erkend en gecertificeerd verwerkingsbedrijf wordt direct overhandigd aan de coördinator of toezichthouder. 6.. Sleuven in de asfaltverharding worden nadat de kabels of leidingen zijn gelegd, over de volle breedte opgevuld en verdicht en de oorspronkelijke funderingsconstructie wordt hersteld met menggranulaat 0/31,5 mm. De ondergrond van de fundering en de fundering voldoet na verdichting aan de technische eisen uit de meest recente Standaard RAW bepalingen. 7.. De te herstellen asfaltsleuf wordt dicht gestraat in een zandbed van 30 tot 50 mm brekerzand met betonstenen (zo mogelijk in de kleur van het aanwezige asfalt) in elleboogverband op een wijze die geen gevaar oplevert. De bovenzijde van de stenen dienen gelijk te liggen met het ingezaagde asfalt. De stenen dienen vlak ten opzichte van elkaar te worden gestraat. Indien er vooraf afspraken met de toezichthouder over zijn gemaakt kunnen de betonstenen mogelijk worden afgehaald op de gemeentewerf. 8.. Indien het dichtstraten van een sleuf niet op deugdelijke wijze wordt uitgevoerd kan dat tot gevolg hebben dat de aansluitende verhardingen als gevolg van het gebruik door het verkeer verzakken of beschadigd worden. Dergelijke schade dient door de grondroerder, binnen 5 werkdagen op aanzeggen van de gemeente, te worden hersteld. 9.. De werkomgeving wordt opgeleverd zoals omschreven in artikel 8.1 veertiende lid. 10.. Het definitieve asfaltherstel laat het college achteraf uitvoeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel