Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.

Duurzaamheid

Onderdeel van Visie Boombeleid

Onder het thema duurzaamheid valt ook het duurzaam beheer en onderhoud van de openbare buitenruimte. Het beheer van bomen is gericht op duurzame instandhouding van het bomenareaal. De leidende gedachte hierbij is het beheer te richten op het zo lang en zo goed mogelijk laten functioneren van de bomen, tegen zo beperkt mogelijke middelen. Het is daarbij zaak om niet te lang te wachten met beheermaatregelen. Te laat ingrijpen brengt over het algemeen onevenredig hoge kosten met zich mee, niet alleen voor snoeien en dunnen, maar ook waar het renovaties en reconstructies betreft. Immers, een boom die zich aan het einde van de levensduur bevindt, heeft meer zorg nodig om in stand te blijven dan jonge, vitale bomen. Achterstallig onderhoud dient dus vanuit duurzaamheid, technische en financiële redenen te worden voorkomen, of te worden weggewerkt. Aanpak Voor het thema duurzaamheid resulteert de visie in de volgende strategie: ➣Het duurzaam inrichtingen van het bomenbestand (optimale groeiomstandigheden) Het bomenbestand wordt duurzaam ingericht door het vastleggen van de vereiste groeiplaatsvoorwaarden en het creëren van de juiste groeiplaatsomstandigheden. Dit zorgt voor vitaliteit van bomen en de levensduur van de boom wordt verlengd. Om de gewenste levensduur van gemiddeld 50 jaar van het bomenbestand te bereiken is vereist dat bomen bij aanplant een goede groeiplaats krijgen. Door meer zorg te besteden aan de aanleg van bomen, worden de onderhoudskosten lager. De voorschriften voor een duurzame en beheerbare openbare ruimte, waaronder voor de inrichting van het bomenbestand, zijn opgenomen in de DIOR (Duurzame Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) die begin 2014 is vastgesteld door de gemeenteraad. ➣Het duurzaam in stand houden van het bomenbestand en het verlengen van de levensduur van bomen Om aan de visie te voldoen en de gewenste eindbeelden te bereiken is regulier onderhoud nodig. Dit omvat in hoofdlijnen het onderzoeken, snoeien en verzorgen van de bomen. Door planmatig onderhoud wordt de levensduur van het bomenbestand verlengd naar gemiddeld 50 jaar. In het geval dat de veiligheid in het geding is wordt de boom verwijderd. In Haarlemmermeer zijn het onderhoud (op beeldkwaliteit) van bomen en de kwaliteitseisen waaraan het bomenbestand moet voldoen vanaf 2010 opgenomen in het Integraal Beheerkwaliteitplan Openbare Ruimte (BKP) (BW/2009.0019558). Een beschrijving van het totale onderhoud van bomen wordt opgenomen in de kadernota ‘Onderhoud en Overlast’. In deze nota wordt tevens beschreven hoe het beheer en onderhoudsniveau kan worden afgestemd op de wensen van de gebruikers. BKP en de kadernota ‘Onderhoud en Overlast’ zijn de basis voor een meerjarenbeheerplan, waarin het onderhoud van bomen voor een periode van vijf jaar wordt uitgewerkt. ➣ Het handhaven, herstellen en zo nodig ontwikkelen van een duurzame boomstructuur Boomstructuren zijn belangrijke elementen voor Haarlemmermeer. Het doel van een boomstructuur is het waarborgen van een samenhangend bomenbestand ten behoeve van de kwaliteit van woon- en leefomgeving, identiteit, herkenbaarheid en oriëntatie. Het algemene beleid van bomen is gericht op: het handhaven en versterken van bestaande bomenelementen en structuren; het waar mogelijk (technisch) versterken en uitbreiden van waardevolle boomelementen en belangrijke structuren; waar aan de orde het saneren van onoplosbare of onverantwoorde knelpunten (bijvoorbeeld stoep smaller dan 2 meter). In onderstaand schema is de visie per boomstructuur aangegeven. Structuur Status / Prioriteit Visie Beschermwaardige bomen Hoog Monumentale en waardevolle bomen krijgen extra bescherming en verzorging. Hoofdstructuren (Infrastructurele wegen) Hoog Boomstructuren blijven gehandhaafd en worden waar het mogelijk versterkt, zodat ze voor de toekomst behouden blijven. Bij dunning in structuren wordt niet herplant. Secundaire structuren (Wijkontsluitingswegen) Hoog Boomstructuren blijven gehandhaafd en worden waar het mogelijk is versterkt zodat ze voor de toekomst behouden blijven. Bij dunning in structuren wordt niet herplant. Tertiaire structuren (Woonstraten) Normaal Daar bomen handhaven waar loopruimte minimaal twee meter breed is. Soortkeuze altijd in overleg met inwoners. Locatie in overleg met de inwoners. Bomen die verwijderd worden door dunning (vrijzetten duurzame bomen), te dicht op de erfgrens, bomen op kabels en leidingen etc. worden niet gecompenseerd. Overige bomen Geen Bomen die verwijderd worden door dunning (vrijzetten duurzame bomen), te dicht op de erfgrens, bomen op kabels en leidingen etc. worden niet gecompenseerd. Structuurplannen De Groenstructuurplannen beschrijven de inrichting van de openbare ruimte, inclusief de monumentale bomenstructuur. Hiermee geven de structuurplannen richtlijnen voor inrichtings- en bouwplannen en tevens voor beheerplannen. De meeste Groenstructuurplannen zijn gedateerd en sluiten niet meer aan op de veranderde omgeving. Deze dienen vervangen te worden en de ontbrekende plannen worden vormgegeven. Vervanging en herplant Het vervangen van bomen en het herplantbeleid zijn middelen om een duurzame boomstructuur te herstellen. Het vervangen van bomen jonger dan 15 jaar is een onderdeel van het regulier onderhoud van Groen. Het vervangen van bomen ouder dan 15 jaar, aan het einde van de levensduur is (deels) opgenomen in de Vernieuwing Openbare Ruimte (VOR). In de kadernota ‘Vervanging en Herplantbeleid’ zijn richtlijnen opgenomen voor het vervangen van uitgevallen bomen. Hiermee levert de nota kaders voor meerjaren beheerplannen en voor de vervangingsplannen op basis van de VOR. Tevens is in deze kadernota het herplantbeleid geformuleerd. Om bomen die bij bouwprojecten worden verwijderd een nieuwe kans te geven wordt een (digitaal) bomendepot opgericht. Hierin zijn bomen opgenomen die verplant kunnen worden naar een nieuwe locatie. De kaders en richtlijnen hiervoor zijn eveneens opgenomen in de Kadernota ‘Vervanging en Herplantbeleid’. ➣ Het beschermen van bomen Het beschermen van bomen is opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2014. In de APV zijn vanuit wetgeving (Boswet) richtlijnen opgenomen voor het rooien van bomen, voor de bescherming van bomen, voor het beheer van iepen en voor de bescherming van bomen op bouwlocaties. In de Kadernota Bescherming en Kapbeleid worden kaders opgenomen op basis waarvan de APV jaarlijks wordt herzien. Monumentale bomen Een belangrijk onderdeel van het beschermen van bomen is het instandhouden van monumentale en waardevolle bomen. Voor het beheer en onderhoud van monumentale bomen is op 7 februari 2013 de kadernota Monumentale en waardevolle bomen vastgesteld (Raadsbesluit 2013/0000130). De lijst met monumentale bomen wordt een keer per drie jaar herzien. De kadernota biedt randvoorwaarden bij het beheer van monumentale bomen en geeft richtlijnen voor meerjaren beheerplannen. Boomcompensatie Boomcompensatie komt voort uit de Boswet. Onder de Boswet vallen alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are of, als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan twintig bomen bestaan. Alleen bos dat buiten de bebouwde kom ligt valt onder de Boswet. Een aantal boomsoorten valt niet onder de Boswet. Dit zijn Linde, Paardenkastanje, Italiaanse Populier en Treurwilg. Ook éénrijige beplantingen van Populier en Wilg langs landbouwgronden vallen niet onder de Boswet, net als boomgaarden en kwekerijen van kerstbomen of van bosplantsoen. De provincie is bevoegd gezag en controleert of voldaan wordt aan de compensatieplicht in het kader van de Boswet. Volgens de Boswet is herplantplicht grondgebonden, wat inhoudt dat boomcompensatie plaatsvindt op dezelfde locatie. Indien een boom die volgens de geldende criteria moet worden herplant niet op dezelfde plek of in de directe omgeving kan worden herplant, treedt het zogenaamde compensatiebeginsel in werking. Op grond van dit beginsel moet, met inachtneming van de herplantvoorwaarden, fysieke compensatie plaatsvinden zo dicht mogelijk in de buurt waar de boom/bomen gerooid is/zijn, bijvoorbeeld in ontbrekende schakels in hoofdgroenstructuren. In Haarlemmermeer is door de gemeenteraad bepaald dat Park21 de uitgelezen plek is om bomen te compenseren als niet in het gebied waar kap heeft plaatsgevonden aan deze verplichting kan worden voldaan.7Park21-deelgebied 1: grondexploitatie en Voorlopig Ontwerp, Raadsvoorstel 2012/0010169 d.d.13 maart 2012. Op het moment dat de compensatie beschikbaar is wordt dit verantwoord in de bomenmonitor8Zie blz. 12 voor een beschrijving van de Bomenmonitor..

Rechtspraak bij dit artikel