Er zijn beleidsthema’s die een bijzondere invloed op het groen hebben. Deze thema’s komen vanuit maatschappelijke behoeften en ecologische of milieuwaarden. Zij stellen eisen aan de inrichting en het beheer van het groen in de openbare ruimte. Door de eisen vanuit deze thema’s te integreren in de visie op het groen wordt de waarde van het groen verhoogd en het draagvlak vergroot.
In deze paragraaf staat per beleidsthema de gewenste situatie kort beschreven. In hoofdstuk 6 volgt een uitgebreide beschrijving per thema en concrete beleidsvoorstellen om de gewenste situatie te bereiken.
1.Ecologie in de woonomgeving (§ 6.1)
Hoewel binnen de woongebieden van Diemen bovengemeentelijke ecologische verbindingszones en provinciaal aangewezen ecologische kerngebieden ontbreken, bevinden zich in Diemen gebieden met een hoge natuurwaarde. Deze gebieden, waaronder kerngebieden van de Ringslang, zijn optimaal met het buitengebied verbonden door verbindingszones langs de spoortaluds en faunapassages. Voor deze ecologisch waardevolle gebieden, die zich in de hoofdgroenstructuur bevinden, is in § 5.4.3 beleid geformuleerd.
Natuur in de wijken kan worden bevorderd door inheemse beplanting en autochtoon plantmateriaal te gebruiken. Voorlichting en natuureducatie zullen bijdragen aan beleving en bewustzijn van natuur in de eigen leefomgeving.
2. Groene routes(§ 6.2)
De hoeveelheid groen in de directe woonomgeving is beperkt. Het bestaan van verbindingen tussen groene gebieden in Diemen en de routes naar de grotere groen- en recreatiegebieden in de omgeving van Diemen is daarom essentieel. Het eenduidige gebruik van verhardingsmateriaal, beplanting en straatmeubilair moet de samenhang van de routes benadrukken. Een duidelijk start- en eindpunt en duidelijke bewegwijzering van de groene routes naar het buitengebied zullen daar aan bijdragen.
3. Communicatie over groen (§ 6.3)
Voor het verhogen van het bewustzijn en het ontwikkelen van de waardering is informatie en educatie over de cultuurhistorische en natuurwaarde van het groen belangrijk.
Bijvoorbeeld door het uitzetten van thematische routes en aanleg van educatieve tuinen en informatieborden. Ook de natuureducatie op scholen kan hieraan extra aandacht besteden.
4. Milieuaspecten (§ 6.4)
Een groene omgeving levert een belangrijke bijdrage aan het leefklimaat. Beplanting langs wegen en op pleinen beperkt op warme zomerdagen bijvoorbeeld de opwarming van de omgeving. Door de soortenkeuze van beplanting langs drukke wegen kan een bijdrage worden geleverd aan de filtering van lucht en de binding van fijnstof. De positieve invloed van beplanting op het leefklimaat dient in stedelijke herinrichtings- plannen meegenomen te worden. Bij herinrichting kan de functie van plantsoenen en grasvelden voor waterberging vergroot worden.
5. Spelen in het groen(§ 6.5)
Rond speelplekken is groen aanwezig dat speelmogelijkheden en speelaanleidingen voor kinderen biedt.
Voor spelen in het groen zijn ruige terreintjes of bosjes gewenst. Dit is mogelijk in het parkje de Omloop, delen van het park Spoorzicht, de punt aan het water in Buitenlust en plekken in het Diemer wandellandschap. In deze ruige speelterreinen worden kinderen uitgedaagd om zelfstandig, creatief en exploratief te spelen.
6. Water en oevers (§ 6.6)
Water heeft in de openbare ruimte van Diemen een belangrijke functie. In de eerste plaats voor de berging en afvoer van hemelwater. Daarnaast heeft het een functie voor de ecologie door ecologische oevers en schoon water in de ecologische zones. Ook biedt het water recreatie- mogelijkheden, voornamelijk langs de Weespertrekvaart en Muidertrekvaart.
Ecologische oevers hebben ook een recreatieve waarde door zichtrelaties met het water en de toegankelijkheid van het water. Watergangen buiten de ecologische zones zijn aantrekkelijk ingericht door hun bloem- en soortenrijkdom. Waar er ruimte is in de woonomgeving zijn de oevers ecologische ingericht.
7. Honden in de openbare ruimte (§ 6.7)
De uitlaatzones voor honden liggen in de hele gemeente op maximaal 300 meter loopafstand van de woning en zijn hondvriendelijk ingericht.
8. Sociale veiligheid
De gemeente voert een groenbeleid en -beheer dat gericht is op sociale veiligheid: enerzijds houdt de gemeente er rekening mee bij inrichting van een locatie (transparante en overzichtelijke beplanting) en zij streeft ernaar het groen in de stad leefbaar te maken. Anderzijds neemt zij maatregelen indien klachten binnenkomen vanuit de wijkcoördinatoren, wijkschouwen of vanuit de politie.
Dit thema is niet verder uitgewerkt.
9. Boomstructuren (§ 6.9)
De hoofdboomstructuur bestaat uit bomenrijen die door hun grootte en situering langs wegen een structurerende functie hebben. Deze bomen zijn beeldbepalend voor de hele gemeente. De hoofdboomstructuur is beschermd en de bomen hebben hier optimale groeiomstandigheden voor een duurzame ontwikkeling.
De streefbeelden voor de boomstructuur staan bij de beschrijving van de groene hoofdassen (§ 5.4.1) en in de groene wijkassen (§ 5.4.2).
Het is wenselijk een boomstructuurplan op te stellen om ook streefbeelden voor de bomen in de wijken op te stellen.
10. Cultuurhistorie
De aanwezige historische waarden van Diemen moeten waar mogelijk in de groene hoofdstructuur geïntegreerd zijn. Door informatieborden, beeldende kunst en de ligging langs routes (route “dwars door Diemen”) kunnen deze zichtbaar en beleefbaar gemaakt worden. Een aantal van deze locaties is als groene parel in de hoofdgroenstructuur opgenomen (zie paragraaf 5.4.1). Van speciaal cultuurhistorisch belang is de begraafplaats ‘Rustoord’. De gemeente heeft de begraafplaats aangekocht. Voor de ontwikkeling en het beheer van de begraafplaats dient een beheerplan opgesteld te worden.
De beleidspunten voor cultuurhistorie staan in de beleidsnota Cultuurhistorie voor Diemen en zijn niet uitgewerkt in dit groenplan.