Beschrijving huidige situatie:
Het Diemer wandellandschap bevindt zich langs de lijnen met grote infrastructuur1A10 Ringweg oost, A1, de spoorlijnen Gooi-/ Flevolijn en zuidelijke tak Ringspoorlijn en is toegekeerd naar de woon- en werkgebieden.
De infrastructurele lijnen waar het Diemer wandellandschap aan gekoppeld is vormen een fysieke barrière doordat ze op grondlichamen liggen en van geluidsschermen voorzien zijn. Er is een aantal onderdoorgangen aanwezig tussen de woongebieden en naar de werkgebieden. Op de routes vanuit de woongebieden naar de natuur- en recreatiegebieden zijn de doorgangen beperkt.
Doordat de woongebieden van Diemen van binnenin zijn ontsloten en vaak van het Diemer wandellandschap gescheiden zijn door watergangen, is deze belangrijke recreatiezone op een beperkt aantal punten toegankelijk. Dit zijn meestal de kruispunten van de paden in het wandellandschap met de wijkontsluiting. Het padenstelsel door het Diemer wandellandschap heen is niet doorgaand: barrières worden onder andere gevormd door volkstuinen en het metrostation Diemen Zuid.
De bevolking van Diemen hecht veel waarde aan het Diemer wandellandschap: er zijn volkstuinen, speelvelden, hier worden ommetjes gemaakt en honden uitgelaten. Hier geniet men van vogels, insecten en wilde planten. Binnen deze zone liggen watergangen voor berging en afvoer van water, die in samenhang met de oeverzones ook een ecologische functie vervullen. Een aantal oevers is reeds ecologisch ingericht en beheerd, de meeste oevers zijn echter nog op conventionele wijze ingericht en beheerd. Dit gebied is in het Natuurbeleidsplan van Diemen als ecologische verbindingszone beschreven. Onder andere is hier de Ringslang aanwezig. Ook vervult de beplanting langs de infrastructuur een functie voor vermindering van geluidshinder en voor het filteren van lucht.
De paden in het Diemer wandellandschap zijn in principe ’s nachts niet verlicht om nachtelijk gebruik te beperken en de natuurwaarde te bevorderen.
Ontwikkelingen:
Bij verbreding van de spoorweg (Gooilijn) vinden ingrepen plaats op het Diemer wandellandschap langs het Ajaxpad en trimpad. Hier liggen kansen om verbindingen onder het spoor te realiseren.
Voor een deel van de Ringspoorbaan vervalt de functie van spoorlijn door de verbreding van de Gooilijn. Hierdoor ontstaan kansen voor ecologische ontwikkelingen.
Door overname van de begraafplaats “Rustoord” door de gemeente Diemen moeten er nieuwe parkeerplaatsen worden aangelegd tegen het Diemer wandellandschap langs de spoorlijn aan. Dit biedt een kans om tegelijkertijd de ingang op te knappen.
Ontwikkeling van Plantage de Sniep. Mogelijkheden om voetgangersbrug over de trekvaarten heen te realiseren, gekoppeld aan de spoorlijn.
Conclusie:
Het Diemer wandellandschap omsluit de woongebieden langs de grote infrastructuurlijnen, die voor geluidsoverlast en luchtvervuiling zorgen.
De infrastructuur vormt fysieke barrières en er ontbreekt een aantal wenselijke doorgangen vanuit de woongebieden naar de natuur- en recreatiegebieden.
De toegangen tot het Diemer wandellandschap liggen vooral bij de kruispunten van het padenstelsel met de wijkontsluiting.
Het padenstelsel in het Diemer wandellandschap is niet doorgaand, met name volkstuinen vormen barrières.
Het Diemer wandellandschap vervult verschillende functies: voor recreatie, ecologie, waterberging en de luchtkwaliteitsverbetering.
Een aantal watergangen heeft al ecologische oeverzones, de meeste oeverzones zijn conventioneel ingericht en beheerd.
’s Nachts zijn de paden niet verlicht om betreden niet te bevorderen.
Er vinden ontwikkelingen plaats door werkzaamheden aan spoorwegen, die kansen bieden voor het verbinden van gebieden onder de spoorwegen door.
Streefbeeld:
In het Diemer wandellandschap vindt een groot scala aan functies een plek: natuur, recreatie, waterhuishouding en luchtkwaliteitsverbetering. Kinderen kunnen spelen in het groen, in de volkstuinen is er ruimte om eigen groente en bloemen te kweken, bij het wandelen worden dieren geobserveerd en geniet men van de wilde planten. Men kan fietsen tussen de wijken en van en naar de werkgebieden in een prettige groene omgeving. Het biedt ontspanning en de hondenuitlaatgebieden zijn goed bereikbaar en goed beheerd. Er ligt een doorgaand padenstelsel en de verbindingen vanuit de woonwijken zijn optimaal.
De huidige functies blijven behouden en de inrichting is goed van kwaliteit.
In het Diemer wandellandschap worden alleen inheemse soorten beplanting toegepast in vorm van bosplantsoen, ruw gras, bloemrijk gras en oevervegetatie. De beplanting is vlakbij de woonwijken en langs de paden overzichtelijk door voldoende zichtlijnen.
Doorlopende grasstroken zorgen voor ruimtelijke continuïteit.
De paden zijn halfverhard en geschikt voor wandelaars, rollators en kinderwagens.
Streefbeeld ecologie
Volgens het Natuurbeleidsplan van Diemen maken de ecologische zones deel uit van de hoofdgroenstructuur. Zij liggen voornamelijk in het Diemer wandellandschap.
Voor de verbetering van de ecologische waarde worden een aantal principes gevolgd:
Watergangen en oevers – areaal aan ecologische oeverzones uitbreiden.
Ecologisch beheer van oevers, bosplantsoen, grasvelden.
Ecologie beleefbaar vanuit de paden en een aantal “natuurbelevingsplekken”
De watergangen in het Diemer wandellandschap zijn voorzien van ecologische oeverzones. De oeverlijnen zijn glooiend en er zijn ondiepe gedeeltes om een hoge diversiteit aan leefgebieden te bieden. Er komt een grote variatie aan kruidachtige planten en grassen van de (matig) voedselrijke bodems voor. De soorten die hier thuis horen staan beschreven bij thema § 6.1 Toepassen ecologische beplanting en de principes voor de ecologische oeverzones in thema § 6.6 Watergangen en oevers. Het areaal aan ecologische oevers is uitgebreid ten opzichte van de huidige situatie.
Het beheer van oevers, graslanden en bosplantsoen is extensief en afgestemd op ecologische doelen. De leefomstandigheden van inheemse dieren worden behouden en verbeterd, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de natuurkalender en de werkzaamheden gefaseerd uit te voeren. De beheerprincipes voor ecologisch beheer staan in hoofdstuk 9.
Voor de burgers zijn de ecologische zones en plekken voornamelijk vanaf de paden beleefbaar. Langs de oevers ligt een aantal uitgemaaide plekken of steigers vanwaar men zicht op het water heeft en de waterflora en -fauna kan observeren.
Streefbeeld spelen in het groen
Het is wenselijk dat er rond kinderspeelplaatsen speelmogelijkheden in het groen zijn. De beplanting moet hier robuust zijn en er staan geen soorten met stekels of doornen.
Een aantal plekken is aangewezen als ruige speelplek in de vorm van bosjes, struwelen of ruigtebegroeiing. Voor elke buurt is er een ruige speelplek, met uitzondering van het centrum. Kinderen uit het centrum kunnen gebruik maken van de plekken in Ruimzicht. De ruige speelplekken bieden kinderen de mogelijkheid voor creatief spel en om contact maken met de natuur. Ze worden in principe in hun gedrag en hun bezigheid niet beperkt. Omdat het groen verschillende functies te gebruiken moet zijn, is ook de combinatie van spelen in het groen en ecologie mogelijk. Kinderen zullen in een groene omgeving met bijzondere planten en dieren respect en belangstelling ontwikkelen voor de inheemse flora en fauna. Hierbij behoort uiteraard ook educatie om hun dit te leren zien en waarderen. De uitgangspunten voor natuureducatie zijn in thema communicatie §6.3 te vinden.
Streefbeeld honden
Gelijkmatig verdeeld over de gemeente ligt een serie hondenuitlaatzones en hondenlosloopgebieden. In de uitlaatzones is het gras langs de paden kort en komen geen ruige planten zoals brandnetel en bramen voor. Binnen de bebouwde kom van Diemen bestaan geen bijzondere voorzieningen voor honden, zoals hondenstrandjes, omdat er te weinig ruimte aanwezig is. De handhaving op de naleving van de regels zal worden versterkt. In het thema honden en groen § 6.7 wordt dieper op dit beleid ingegaan.
Streefbeeld groene routes
De routestructuur vormt een samenhangend stelsel waarin ook de volkstuincomplexen zijn opgenomen. De ontbrekende dwarsverbindingen tussen de woongebieden en de natuur- en recreatiegebieden onder de spoorlijn zijn aangevuld en van faunapassages voorzien. Vanaf de paden is er voldoende overzicht zodat een sociaal veilige situatie ontstaat. Het beheer direct langs de paden is intensiever dan in de rest van het Diemer wandellandschap. De paden zijn in principe niet verlicht, alleen bij de onderdoorgangen is verlichting aanwezig. Een overzicht van alle groene routes staat in thema 6.2 Groene routes. Hierin staan ook de streefbeelden en de knelpunten beschreven.
Streefbeeld luchtkwaliteit
De bestaande beplanting langs de Gooiseweg en de A1 filtert de door autoverkeer vervuilde lucht en vangt vervuiling op. Ook langs de spoorwegen vangt de beplanting fijnstof op. Door soortkeuze, transparantie en vergroting van randlengtes kan de beplanting effectiever zijn voor de luchtkwaliteitsverbetering. Principes voor de opbouw van de beplanting staan in thema groen en milieu § 6.4.
Voorstellen Diemer wandellandschap:
Areaal aan ecologische oeverzones uitbreiden;
Ontwikkelen bloemakkers;
Ecologisch beheer van oevers, bosplantsoen, bloemakkers en grasstroken;
Aanleg van een aantal “belevingsplekken” (steigers en vlonders);
Vaststellen en aanleg van natuurspeelgebieden in samenwerking met burgers en belangenverenigingen.
Voortzetten beheer van een twee meter brede strook kort gemaaid gras langs paden;
Vorming van een samenhangend stelsel van paden;
Aansluitingen vanuit de woonbuurten op een aantal plekken verbeteren;
Gebruik maken van de beplanting als luchtfilter.
Locaties van de groene parels