**1..** Het recht bedoeld in artikel 8 bedraagt per jaar:
a.
voor los- en laadbruggen
€
18,20
per strekkende meter kademuur, met als minimum
€
89,20
b.
voor elke hijskraan met bijbehorende werken
€
465,95
c.
voor vergaarputten op bakken per stuk
€
22,70
en voor daarbij behorende buisleidingen
€
9,10
per strekkende meter, met een minimum voor de
putten of bakken en buisleidingen tezamen van
€
89,20
d.
voor andere toestellen, werken of inrichtingen:
indien de kaden of de gemeentelijke aanlegplaatsen
tot geen grotere diepte dan 9 meter in gebruik
worden genomen
€
18,20
per vierkante meter met een minimum van
€
89,20
en
€
157,90
per strekkende meter kademuur met een minimum van
€
808,20
bij ingebruikname van een grotere diepte dan 9 meter;
e.
voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve
van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn
zijn aangebracht per vaartuig
€
273,95
**2..** Voor verplaatsbare toestellen is het in dit artikel bepaalde recht voor elk toestel slechts eenmaal per jaar verschuldigd.
**3..** Bij de berekening van het verschuldigde bedrag worden gedeelten van een m², respectievelijk van een strekkende meter voor een hele m² respectievelijk hele strekkende meter gehouden.
Hoofdstuk III
Artikel 9.
Tarieven
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten 2023