Boomeigenaren hebben een wettelijke zorgplicht (art. 6:162 Burgerlijk Wetboek) voor hun bomen. In het BW is dit als volgt opgenomen:
Zorgplicht (Burgerlijk wetboek, art. 6.162)
Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.
Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of na laten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.
Bij zorgplicht valt onderscheid te maken tussen drie vormen:
algemene zorgplicht;
verhoogde zorgplicht;
onderzoeksplicht.
Deze zorgplichten zijn uitgewerkt in de kadernota Boomveiligheid en Zorgplicht (2015).
Niet alleen direct zichtbare zaken kunnen leiden tot voorzienbare schade, ook niet direct zichtbare zaken zoals ondergrondse wortelschade door de uitvoering van graafwerkzaamheden in de directe omgeving van bomen, langdurige grondwateronttrekking en/of hoge grondwaterstand kunnen leiden tot voorzienbare schade. Wanneer er sprake is van voorzienbare schade kan de eigenaar van de boom voor deze schade aansprakelijk worden gehouden. Het is dus zaak als boomeigenaar tijdig en vakkundig de bomen te (laten) inspecteren.