Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.5

Hinder van bomen of beplanting

Onderdeel van Kadernota Beheer en Overlast van Bomen

De mogelijkheid tot het aanvechten van hinder van bomen of beplanting ligt besloten in artikel 5:37 BW of 6:162 BW. In artikel 5:37 BW is opgenomen dat een eigenaar geen onrechtmatige hinder mag toebrengen aan eigenaren van andere erven door het onthouden van licht en lucht of het verspreiden van rumoer of stank. Niet elke vorm van hinder geld als ‘onrechtmatige hinder’. Enige vorm van overlast moet geduld worden, bijvoorbeeld van blad, zaad, vrucht, pluizen of schaduw. De bewezen ernst en de omvang van de hinder zijn doorslaggevend. Deze moet buitenproportioneel zijn, om te leiden tot kap van bomen of een schadevergoeding. 6Visser, Bomen en Wet, 2009 blz. 52 Plaatselijke regelgeving en beleid

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel