Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.1

Algemene afwegingscriteria

Onderdeel van Kadernota Beheer en Overlast van Bomen

Aanvragen tot het snoeien of het verwijderen van gemeentelijke bomen worden in het algemeen beoordeeld op basis van criteria, vermeld in de meest recent vastgestelde versie van de APV en op basis van landelijke wetgeving. Het uitgangspunt van de gemeente hierbij is om bomen duurzaam in stand te houden. Om overlastsituaties te beoordelen, hanteren wij deze criteria eveneens, met daarnaast de nadruk op de criteria veiligheid, volksgezondheid en onrechtmatige hinder. Veiligheid en volksgezondheid Veiligheid en volksgezondheid zijn de belangrijkste afwegingscriteria bij het beoordelen van de klachten over overlast door bomen. Als mocht blijken dat een boom gekapt moet worden om de veiligheid te waarborgen, dan zal dit aan de hand van Boomveiligheidscontrole worden onderbouwd. (zie kadernota Boomveiligheid en zorgplicht). Bij acute gevaarzetting kan een boom via een noodkapprocedure worden verwijderd. Dit is geregeld in de APV (Art4:11 lid 3). In het geval dat de volksgezondheid in het geding is, dan zal de gemeente in overleg treden met de GGD om maatregelen af te stemmen en het risico te bepalen. Onrechtmatige hinder Daarnaast geldt als algemeen afwegingscriterium de vraag of de boom onrechtmatige hinder12http://www.bomenrecht.nl/overlast/ veroorzaakt. Niet elke hinder is echter onrechtmatige hinder. Een redelijke mate van hinder moet geaccepteerd worden. Bladval (platanen, essen, eiken), vallend zaad (iepen, berken, elzen, hazelaars), vrucht (appel, peer, kastanje) of pluizen (populieren) van bomen en schaduwhinder zullen in beginsel geen onrechtmatige hinder zijn. Het verdragen van deze overlast, kan van een ieder redelijkerwijze gevergd worden. Genoemde voorbeelden kunnen door ieder mens persoonlijk wel of niet als hinder worden beschouwd. Vooral in dicht bebouwde gebieden zal de bewoner veel vormen van hinder moeten dulden. Bewoners moeten onrechtmatige hinder of een onrechtmatige daad in zijn onderdelen bewijzen. Vooral de aard, de ernst (omvang) en de duur van de hinder zullen hierbij doorslaggevend zijn. De gemeente bepaalt wat onrechtmatige hinder is.

Rechtspraak bij dit artikel