Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsge¬lang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2023

1.. De belasting bedoeld in artikel 4, lid 1, 3 en 4 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht van de belasting bedoeld in artikel 4, lid 1, 3 en 4 in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht van de belasting bedoeld in artikel 4, lid 1, 3 en 4 in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belas¬tingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5.. De belasting bedoeld in artikel 4, lid 5 en 6 is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 6.. Indien het totaal van de op het aanslagbiljet verenigde bedragen minder dan € 10,00 bedraagt zal geen aanslag worden opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel