Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden

Onderdeel van Nadere Regels briefadres Oirschot 2022

1.. De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. 2.. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. 3.. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs; de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachte periode dat het briefadres noodzakelijk is; een schriftelijke verklaring van instemming en geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan van de briefadresgever; een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid; een bewijs van de instelling, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, derde lid. 4.. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, vierde lid, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is. 5.. Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, eerste lid onder f en g, dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier. 6.. De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden. 7.. Het zesde lid van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP en artikel 7 van deze nadere regels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel