Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Verwijtbaarheid en ernst van de overtreding

Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke boete Wet BRP gemeente Waterland

1.. Burgemeester en wethouders stemmen de boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. 2.. Van verminderde verwijtbaarheid is in ieder geval geen sprake: Als de overtreding het gevolg is van het niet (voldoende) beheersen van de Nederlandse taal; Als de overtreding het gevolg is van het niet op de hoogte zijn van de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet en ieder geval de overtredingen genoemd in artikel 4.17 van de Wet; indien wordt gesteld dat er geen post is ontvangen door slechte postbezorging of gebreken aan of ontbreken van een brievenbus; 3.. Burgemeester en wethouders houden bij het bepalen van de ernst van de overtreding in ieder geval rekening met: recidive; de omstandigheid dat burgemeester reeds eerder eenzelfde of een vergelijkbare door de overtreder begane overtreding heeft vastgesteld; de omstandigheid dat de overtreder in het verleden genoegzaam op de hoogte is gebracht van de toepassing van de regelgeving; de omstandigheid dat sprake is van grove onachtzaamheid of (voorwaardelijk) opzet; de omstandigheid dat met de overtreding een wederrechtelijk geldelijk of op geld waardeerbaar voordeel is verkregen; de omstandigheid dat de overtreding heeft plaatsgevonden hoewel de overtreder voorzorgsmaatregelen had getroffen; de omstandigheid dat de overtreder inmiddels adequate maatregelen heeft genomen ter voorkoming van herhaling van de overtreding. 4.. Burgemeester en wethouders houden rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Daarbij wordt in ieder geval acht geslagen op: aard, intensiteit; en duur van de overtreding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel