De gemeente biedt de zelfstandige wanneer de vordering, bestaande uit de rentedragende geldlening plus achterstallige rente, direct opeisbaar is geworden, een termijn van 6 weken om het volledige openstaande bedrag te voldoen. Ook biedt de gemeente de zelfstandige de mogelijkheid om een betalingsregeling te treffen. Dit wordt in de beschikking vermeld.
De zelfstandige kan zelf een betalingsregeling voorstellen. De gemeente stemt hiermee in als, gelet op de hoogte van de vordering, de financiële mogelijkheden en omstandigheden van belanghebbende, voor zover daarmee de vordering binnen een redelijke periode in zijn geheel zal kunnen worden afgelost.
Wanneer een betalingsregeling zoals genoemd in het 2e lid niet tot stand kan komen, wordt de aflossing vastgesteld op 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm plus 35% van het inkomen boven deze norm, maar maximaal het bedrag dat berekend met de rekenmodule beslagvrije voet is in te vorderen.
In afwijking van het 2e en 3e lid kan de gemeente met een betalingsvoorstel van de zelfstandige instemmen als daarmee wordt bereikt dat de zelfstandige de vordering via minnelijke weg blijft betalen.
Hoofdstuk
Artikel 5.
Aflossingscapaciteit en betalingsregeling
Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering bedrijfskapitaal Tozo gemeente Renkum