Het college bepaalt de definitieve locatie van de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur en de aan te wijzen parkeerplaats(en), zodat het beoogde gebruik geen schade oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats. Het college toetst hierbij aan de volgende criteria:
Er is nog geen oplaadinfrastructuur op, onder of aan de weg binnen een straal van 150 meter van de beoogde locatie aanwezig;
De oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur mogen de doorgang voor het andere verkeer niet belemmeren;
De oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur kan worden voorzien van twee of meer aansluitpunten en kan –eventueel op termijn- twee of meer parkeerplaatsen bedienen;
In beginsel wordt bij een nieuw te realiseren oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur één parkeerplaats aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen. In het verkeersbesluit worden weliswaar twee parkeerplaatsen aangewezen, maar de feitelijke realisering van de tweede parkeervak wordt uitgesteld tot een nader door het college te bepalen datum. Hiervoor zijn twee mogelijke aanleidingen:
als binnen een straal van 150 meter van een nieuwe aanvraag een laadvoorziening met een enkele parkeerplaats aanwezig is, dan kan de tweede parkeerplaats bij de bestaande laadpaal in gebruik worden genomen;
aan de hand van het aantal uren dat een bestaande oplaadpaal effectief in gebruik is geweest en/of aan de hand van nieuwe verzoeken van potentiële gebruikers kan worden besloten om een extra oplaadvoorziening te realiseren.
Gezien het openbare karakter dient de locatie zichtbaar en vindbaar te zijn.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 6
Definitieve locatie oplaadpaal/-infrastructuur
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Parkeerplaatsen Landsmeer