[Jeugdwet, Wmo]
1. In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om hulp uit de Wmo 2015 of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo 2015 en de Jeugdwet stellen.
2. Om gebruik te kunnen maken van een pgb dient de inwoner een pgb-plan op te stellen.
3. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan:
a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers. Uitgezonderd zijn de bemiddelingskosten uit artikel 6.3.2;
b. het voeren van een pgb-administratie;
c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en
d. kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s).
4. De gemeente verstrekt geen pgb in de volgende situaties:
a. De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die hulp nodig was. De gemeente maakt een uitzondering voor acute situaties.
b. Voorzieningen waarvoor een vrij toegankelijke voorziening aanwezig is.
c. Uit het door de inwoner ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de hulp voldoende gewaarborgd is.
d. De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en de beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon als de beoogde hulpverlener.
5. De gemeente heeft in het besluit sociaal domein nadere regels vastgelegd over de voorwaarden van het pgb.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3
Persoonsgebonden budget 6.3.1 Voorwaarden
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022