1. De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over:
a. zijn rechten en plichten;
b. wat er van hem wordt verwacht;
c. welk gedrag niet geaccepteerd wordt;
d. wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet geaccepteerd wordtt; en
e. waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt.
2. De gemeente stelt de inwoner in staat om zijn reactie te geven vóórdat de gemeente beslist om naar aanleiding van niet geaccepteerd gedrag van de inwoner te handelen.
3. De gemeente stemt de reactie op niet geaccepteerd gedrag af op:
f. de ernst van het gedrag;
g. de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden; en
h. de individuele omstandigheden van de inwoner.
4. De gemeente verlaagt een gemeentelijke inkomensvoorziening als:
a. dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij het gedrag van de inwoner,
b. als het gedrag van de inwoner als verwijtbaar wordt aangemerkt
c. de individuele omstandigheden van de inwoner zich daar niet tegen verzetten..
5. Het afstemmen, zoals bedoeld in lid 3 , kan er toe leiden dat de gemeente afwijkt van de in dit hoofdstuk genoemde standaardverlagingen.
6. De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt.
7. De gemeente kan op verzoek van de inwoner of na eigen afweging de verlaging herzien zodra uit de houding en gedragingen van de belanghebbende is gebleken dat hij de niet of onvoldoende nagekomen verplichtingen, nakomt.
Hoofdstuk 9
Artikel 9.4.2
Het betrachten van zorgvuldigheid bij het besluit tot opleggen van een verlaging
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022