Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2023

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2a.. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, bij aanslagen opgelegd met een dagtekening tot en met 28 februari 2023, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven tot de laatste incassotermijn van 31 januari 2024. De eerste termijn vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 2b.. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, bij aanslagen opgelegd met een dagtekening op of na 1 maart 2023, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven tot de laatste incassotermijn van 31 januari 2024 en met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel