Hoofdstuk 3 van de Apv eist een vergunning voor het exploiteren van een seksbedrijf. In veruit de meeste gevallen is de burgemeester het bevoegd gezag. Zijn bevoegdheid betreft namelijk de voor publiek openstaande gebouwen (art. 174 Gemeentewet). Dit betekent dat het college van Burgemeester en Wethouders het bevoegde gezagsorgaan is indien het bijvoorbeeld gaat om de vergunningverlening van een seksbedrijf. In het belang van eenduidigheid en uit praktisch oogpunt is het mogelijk om deze bevoegdheid te mandateren aan de burgemeester, hetgeen bij deze wordt gedaan.
Als de aanvraag voldoet aan de gestelde aanlevercriteria dan wordt deze in behandeling genomen. Onderdeel hiervan is dat de aanvraag getoetst wordt volgens de Bibob-procedure. Voor het afgeven van de exploitatievergunning is het een voorwaarde dat de aanvrager zonder bezwaren het Bibob-onderzoek doorkomt.