Een systeem van toewijzing op volgorde van inschrijving (“Wie het eerste komt die het eerst maalt”) voldoet in de basis aan de vereisten van objectiviteit en toetsbaarheid. Of het systeem ook voldoet aan de eis van redelijkheid hangt mede af van de aard van het aangeboden object en de doelgroep. Bij de aanbieding van particuliere bouwkavels is er in principe sprake van een homogeen product en een homogene doelgroep en mag de gemeente feitelijk geen onderscheid maken bij de keuze van de partij waaraan de kavel wordt toegewezen. In zo’n geval is een systeem van toewijzing strikt op basis van de datum van inschrijving of een lotingsysteem redelijk en voldoende. Bij bedrijfskavels mag de gemeente in redelijkheid andere criteria toepassen, maar als de toepassing van die criteria niet leidt tot een toewijzing is het hanteren van de datum van inschrijving als sluitstuk van een toewijzingssysteem niet onredelijk te achten. Dit criterium voldoet derhalve aan het Didam-arrest.
Overige criteria: de hardheidsclausule:
Het huidige beleid bevat een clausule op grond waarvan het college in specifieke en uitzonderlijke situaties mag afwijken van de vestigingscriteria. Deze hardheidsclausule is verder niet geobjectiveerd en is dus niet door de rechter toetsbaar. Dit valt echter te ondervangen wanneer de toepassing van de hardheidsclausule zich beperkt tot situaties van een kavel met een ongunstige vorm dan wel waar het objectief valt vast te stellen dat slecht één bepaald soort bedrijf aldaar logisch is. Dit criterium is derhalve slechts in zeer bijzondere situaties in overeenstemming met het Didam-arrest. Daartoe zal ook tijdig de benodigde transparantie jegens eventuele andere potentiële gegadigden moeten worden betracht.
Hoofdstuk 3.
Artikel 4.
Inschrijvingsduur
Onderdeel van Nota aanpassing selectie- en toewijzingscriteria zakelijke kavels i.v.m. Didam-arrest