In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:
archeologisch niveau: diepte vanaf waar zich archeologische sporen en structuren (kunnen) bevinden met daarboven een bufferzone van 30 cm (= één standaard ploegdiepte);
archeologisch onderzoek: onderzoek verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en werkend volgens de geldende versie van de KNA;
archeologische verwachtingswaarde: de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden);
archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met het in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden);
archeologischeverwachtingen- en waardenkaart: de kaart van het gemeentelijke grondgebied, waarop archeologische monumenten, gebieden met archeologische waarden en gebieden met archeologische verwachtingswaarden zijn aangegeven;
archeoregio: gebied waarbinnen sprake is van een globaal verband tussen landschap en bewoningsgeschiedenis
behoudenswaardig: in de KNA gehanteerde term om aan te geven dat een terrein zo waardevol is dat dit behouden moet blijven. Dit kan door middel van planaanpassing (behoud in situ) en/of opgraving (behoud ex situ);
behoud in situ: behoud van archeologische resten op dezelfde plaats door planaanpassing (behoudsmaatregelen);
behoud ex situ: behoud van archeologische informatie door middel van een opgraving;
bestemmingsplan (na inwerkingtreding van de Omgevingswet omgevingsplan) : door de raad vastgesteld plan waarin ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening of na de inwerkingtreding van de Omgevingswet het omgevingsplan met de regels voor de fysieke leefomgeving;
bodemingreep/-verstoring: aantasting van een gebied met archeologische (verwachtings)waarden. Dit kan zich voordoen bijvoorbeeld door: erosie, afgraving of egalisatie; door (diepe) bewerking van de bovengrond; door zetting als gevolg van ophoging en door ingrepen met geleidelijk negatief effect (verdroging, verzuring, doorworteling);
bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument of object, overeenkomstig de geldende richtlijnen zoals gesteld door de RCE en eventueel door burgemeester en wethouders te stellen eisen;
commissie ruimtelijke kwaliteit (na inwerkingtreding van de Omgevingswet de adviescommissie Omgevingskwaliteit):de overeenkomstig artikel 15 van de Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak burgemeester en wethouders en de raad op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Erfgoedwet 2016, de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), deze verordening en het erfgoedbeleid of, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, de gemeentelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven;
cultuurhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de cultuurhistorische waarden van een monument, een complex van monumenten, een gebied of een object, overeenkomstig de geldende richtlijnen zoals gesteld door de RCE en eventueel door burgemeester en wethouders te stellen eisen;
cultuurhistorische waardenkaart: de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en gebouwd erfgoed, waarop objecten, structuren en gebieden zijn weergegeven die belangrijk zijn voor de (herkenbaarheid van de) historische ontwikkeling van Eindhoven;
cultuurhistorisch waardevol object: onroerende zaak die in samenhang met de omgeving door de uiterlijke verschijningsvorm wezenlijk is voor de herkenbaarheid en de belevingswaarde van de historisch stedenbouwkundige of landschappelijke structuur waarvan zij deel uitmaakt of op zichzelf representatief is voor of verwijst naar een belangrijk aspect in de historische ontwikkeling van Eindhoven;
depotrichtlijnen: gemeentelijke bepalingen (in aanvulling op de geldende richtlijnen van de Kwaliteitnorm Nederlandse Archeologie) waaraan, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, de aanlevering van archeologische vondsten en opgravingsdocumentatie bij het gemeentelijk archeologisch depot voor bodemvondsten minimaal moet voldoen;
gemeentelijk onroerend cultureel erfgoed: het geheel van onroerende zaken aangeduid op de cultuurhistorische waardenkaart;
gemeentelijk adviseur archeologie: een door burgemeester en wethouders aan te wijzen aantoonbaar ervaringsdeskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg;
gemeentelijk archeologisch monument: archeologisch monument dat overeenkomstig deze verordening als beschermd monument is aangewezen en is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;
gemeentelijk monument: monument dat overeenkomstig deze verordening als beschermd monument is aangewezen en is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;
historisch waardevol kunstwerk: een onroerend kunstwerk in of aan een gebouw, dan wel in de openbare ruimte, dat in samenhang met het betreffende gebouw of op zichzelf representatief is voor of verwijst naar een belangrijk aspect in de historische ontwikkeling van Eindhoven;
KNA-conform archeologisch onderzoek: onderzoek dat is uitgevoerd volgens de geldende versie van de KNA, door een daartoe gecertificeerde instantie en door daartoe geregistreerde actoren;
KNA: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie: norm van de Nederlandse archeologische beroepsgroep waar archeologisch onderzoek minimaal aan moet voldoen;
maaiveld: aardoppervlak inclusief de bestrating, gemeten in meter ten opzichte van NAP. Deze hoogtemaat wordt afgeleid van een representatieve locatie op het Actueel Hoogtebestand Nederland versie 3 (of hoger);
omgevingsvergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of na inwerkingtreding Omgevingswet een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid van de Omgevingswet;
onderzoeksgebied: ruimtelijk afgebakend gebied dat wordt onderzocht om de archeologische of cultuurhistorische waarde van een plangebied naar oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate te kunnen bepalen;
onderzoeksrichtlijnen: gemeentelijke bepalingen (in aanvulling op de geldende richtlijnen van de KNA waaraan, naar oordeel van burgemeester en wethouders, archeologisch (voor)onderzoek minimaal moet voldoen;
Plan van Aanpak (PvA): inhoudelijk document waarin het doel, de vraagstelling en de werkwijze van prospectief onderzoek wordt omschreven. Het document wordt door burgemeester en wethouders vastgesteld. Een PvA bij een opgraving geeft weer hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het Programma van Eisen denkt te gaan beantwoorden;
plangebied: in ruimte begrensd gebied, waarin een ruimtelijke ontwikkeling is gepland (en waarvoor een ruimtelijke procedure wordt doorlopen);
Programma van Eisen (PvE): inhoudelijk document waarin het doel, de vraagstelling, de uitvoeringswijze en randvoorwaarden van een archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek verwoord staan. Het document wordt door burgemeester en wethouders vastgesteld;
RCE: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort;
richtlijnen voor bouw-, cultuur- en tuinhistorisch onderzoek: richtlijnen opgesteld i.o.v. de RCE voor bouwhistorisch, cultuurhistorisch en tuinhistorisch onderzoek respectievelijk genaamd: Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek. Lezen en analyseren van cultuurhistorisch erfgoed; Cultuurhistorisch Onderzoek in de vormgeving van de Ruimtelijke Ordening. Aanwijzingen en aanbevelingen; Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek. Voor waardestellingen van groen erfgoed;
tuinhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de ontstaans- en ontwerpgeschiedenis en de tuinhistorische kwaliteit van groen erfgoed (rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, waardevol aangelegd groen en bomen en zaken op de waardenkaart historisch cultuurlandschap), overeenkomstig de geldende richtlijnen zoals gesteld door de RCE en eventueel door burgemeester en wethouders te stellen eisen;
waardenkaart historisch cultuurlandschap: topografische kaart met daarbij behorende gegevensbestanden van het gemeentelijke grondgebied waarop zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven;
waardenkaart historische stedenbouw en gebouwd erfgoed: topografische kaart met daarbij behorende gegevensbestanden van het gemeentelijke grondgebied waarop zijn aangegeven de beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven. De dubbelbestemmingen waarde cultuurhistorie en waarde historisch groen, bouwaanduiding karakteristiek en functieaanduiding cultuurhistorische waarden opgenomen in het bestemmingsplan die toezien op cultuurhistorische waarden maken deel uit van deze waardenkaart;
waarderingscategorie A: de op de waardenkaart historisch cultuurlandschap aangegeven hoog en zeer hoog gewaardeerde gebieden in het buitengebied en de aangegeven hoog en zeer hoog gewaardeerde elementen in het buitengebied en in het stedelijk gebied;
waarderingscriteria: criteria voor het waarderen van zaken of terreinen die in aanmerking komen voor een aanwijzing als gemeentelijk monument.