**1..** Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een onroerende zaak of terrein aan te wijzen als cultuurhistorisch waardevol object.
**2..** Dit artikel is niet van toepassing op:
**a..** rijksmonumenten;
**b..** monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van deze verordening;
**c..** monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
**3..** De artikelen 4, 6, 7, 9 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing op het aanwijzingsbesluit.
**4..** De bescherming van artikel 20 is van overeenkomstige toepassing op het cultuurhistorisch waardevol object ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 4 is bekendgemaakt.
**5..** De voorbescherming, bedoeld in het vierde lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd.
**6..** Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een kunstwerk aan te wijzen als historisch waardevol kunstwerk. De artikelen 4, 6, 7, 9 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing op het aanwijzingsbesluit.
Hoofdstuk 5.
Artikel 18.
Aanwijzing als cultuurhistorisch waardevol object en historisch waardevol kunstwerk
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Eindhoven