In een welstandsnota zijn de toetsingscriteria opgenomen waarbinnen burgemeester en wethouders het welstandstoezicht moeten uitoefenen. Bij de opstelling van de welstandscriteria is het volgende onderscheid gemaakt.
■ Algemene criteria.
De algemene criteria vormen de basis van het welstandstoezicht. Deze komen voort uit de notitie die de toenmalige rijksbouwmeester de heer Tj. Dijkstra, in 1985 heeft uitgebracht onder de titel “Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid”. De criteria hebben betrekking op universele kwaliteiten van een architectonisch ontwerp. Het zijn in principe geen directe toetsingscriteria. De algemene criteria zijn concreter gemaakt in de sneltoetscriteria, de gebiedsgerichte criteria en de criteria voor de reclame. Indirect liggen deze criteria dus wel ten grondslag aan elke planbeoordeling. Een uitgebreidere toelichting van de algemene criteria is als bijlage bij de Welstandsnota 2010 gevoegd.
■ Sneltoetscriteria.
De sneltoetscriteria zijn niet gebiedsgebonden. Indien een bouwwerk getoetst mag worden aan deze criteria en hiermede niet strijdig is, kan geconcludeerd worden dat er voldaan wordt aan redelijke eisen van welstand. De sneltoetscriteria zijn niet van toepassing voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, authentieke traditionele boerderijen in het buitengebied en het gebied “de historische dorpse bebouwingslinten”. De monumentenlijsten zijn als bijlage bij de Welstandsnota 2010 gevoegd. Bij de ontwikkeling van een bouwplan is het niet verplicht om de sneltoetscriteria te volgen. Indien hiervan wordt afgeweken, dient er getoetst te worden aan de gebiedsgerichte criteria.
■ Gebiedsgerichte criteria.
De gebiedsgerichte criteria zijn gekoppeld aan specifieke gebieden. Deze gebiedsindeling is aangegeven op de kaarten die onderdeel uitmaken van de Welstandsnota 2010. Elk gebied kent een specifiek welstandsniveau nl. hoog, regulier of laag. Deze niveaus zijn bij de gebiedsbeschrijvingen vermeld en op afzonderlijke kaarten aangegeven. Het welstandsniveau en de criteria zijn afgestemd op de karakteristieken van de omgeving en/of de beeldbepalende waarde van het gebied voor de gemeente. De gebiedsgerichte criteria dienen in combinatie met de gebiedsbeschrijving gelezen te worden. De gebiedsbeschrijvingen bevatten geen welstandscriteria. Het zijn uitsluitend beschrijvingen van de bestaande situatie en de aanwezige karakteristieke van een gebied.
■ Trendsetters.
De trendsetter is een bouwplan dat als eerste binnenkomt voor een bouwkundige eenheid en past binnen de gestelde criteria. Feitelijk betreft het een nadere specificatie binnen die criteria. Burgemeester en wethouders wijzen de trendsetters aan. Indien een volgend bouwplan overeenkomt met de trendsetter kan geconcludeerd worden dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Bij de ontwikkeling van een bouwplan is het niet verplicht om de trendsetter te volgen. Indien hiervan wordt afgeweken, wordt er getoetst aan de sneltoetscriteria of gebiedsgerichte criteria.
■ Reclame.
Reclame komt in diverse vormen overal in de gemeente voor. Het is een specifieke materie die een wezenlijke invloed heeft op de ruimtelijke kwaliteiten van een omgeving. Derhalve zijn hiervoor afzonderlijke welstandscriteria geformuleerd.
De begrippen die in de Welstandsnota 2010 worden gebruikt, zijn nader toegelicht in de begrippenlijst die als bijlage bij de nota is gevoegd.
Bij de toetsing van een bouwplan aan de Welstandsnota 2010 kan het volgende stappenplan worden aangehouden.
De welstandscriteria zijn uitsluitend aan de orde indien er sprake is van de realisering van een gebouw of bouwwerk waarvoor een vergunning nodig is. Dit aspect zal dus eerst beoordeeld moeten worden.
Indien er een vergunning nodig is, dient beoordeeld te worden of het gebouw of bouwwerk past binnen het geldend bestemmingsplan inclusief de binnenplanse ontheffingsmogelijkheden.
Vervolgens dient nagegaan te worden of trendsettersregeling respectievelijk de sneltoetscriteria toegepast kunnen worden.
Indien blijkt dat deze niet toegepast kunnen worden, dient er getoetst te worden aan de geldende gebiedsgerichte criteria. Daarbij is het noodzakelijk de bij de nota behorende kaarten te raadplegen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
Opzet en gebruik van de criteria uit de Welstandsnota 2010.
Onderdeel van Welstandsnota 2010 gemeente Etten–Leur