Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Beleid Welstandsnota 2010.

Onderdeel van Welstandsnota 2010 gemeente Etten–Leur

De Welstandsnota 2010 beoogt enerzijds een vereenvoudiging en verduidelijking van het welstandstoezicht te bewerkstelligen zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de ontwerpvrijheid van de aanvrager. Anderzijds moet het een voldoende waarborg zijn voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteiten in de gemeente. Het is van belang dat de gebouwde omgeving die tevens de dagelijkse leefomgeving is voor velen, aantrekkelijk is en blijft. Dit levert een wezenlijke bijdrage aan het woongenot van de burgers en versterkt het vestigingsklimaat voor bedrijven. De opgenomen criteria voor het stedelijk gebied zijn gericht op verbouwingen en kleinschalige herontwikkelingen (bv. de vervanging van één of enkele panden). Feitelijk betreft het de beheersituaties. Bij grootschaligere herontwikkelingen (bv. vervanging van een groot aantal panden in bestaand stedelijk gebied waarbij wordt afgeweken van het geldend bestemmingsplan) zullen er nieuwe welstandscriteria nodig zijn. Dit geldt eveneens voor de ontwikkeling van nieuwe woongebieden of bedrijventerreinen (uitleggebieden). De in de nota opgenomen criteria voor het buitengebied hebben zowel betrekking op verbouwingen als volledige nieuwbouw. Algemene criteria. De algemene criteria vormen de basis van het welstandstoezicht. Deze komen voort uit de notitie die de toenmalige rijksbouwmeester de heer Tj. Dijkstra in 1985 heeft uitgebracht onder de titel ‘Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid”. De criteria hebben betrekking op universele kwaliteiten van een architectonisch ontwerp. De algemene criteria zijn concreter gemaakt in de sneltoetscriteria, de gebiedsgerichte criteria en de specifieke criteria voor reclame. In principe worden vergunningsplichtige bouwwerken niet direct getoetst aan de algemene criteria. Uitzondering hierop zijn de situaties waarin het bouwwerk door zijn bijzondere schoonheid wel voldoet aan redelijke eisen van welstand maar de gebiedsgerichte criteria niet toereikend zijn om een positief advies af te geven. De bijzondere schoonheid van het bouwwerk moet met de algemene criteria overtuigend kunnen worden aangetoond. Daarnaast worden de algemene criteria toegepast bij andere regelgeving (bv. Algemene Plaatselijke Verordening) en/of onderwerpen waarin de overige criteria uit de welstandsnota niet voorzien terwijl er wel een toets aan redelijke eisen van welstand is voorgeschreven. Sneltoetscriteria. De sneltoetscriteria zijn niet gebiedsgebonden. De criteria hebben veelal betrekking op kleine standaard bouwwerken bij woningen. De bouwwerken waarvoor deze toegepast kunnen worden, is verruimd. Er is aansluiting gezocht bij de in de gemeente Etten–Leur gebruikelijke standaard bestemmingsplanregels en/of de gebruikelijke maatvoeringen van bouwwerken. De praktijk heeft geleerd dat met deze sneltoetscriteria de ruimtelijke kwaliteit voldoende gewaarborgd is. De sneltoetscriteria zijn duidelijk geformuleerd waardoor een aanvrager vooraf inzicht heeft in de bouwwerken die zondermeer voldoen aan redelijke eisen van welstand. De sneltoetscriteria kunnen echter niet toegepast worden bij bouwwerken die aangewezen zijn als gemeentelijk of rijksmonument en/of die gelegen zijn in het gebied “historische dorpse bebouwingslinten” en authentieke traditionele boerderijen. Bij monumenten dient op grond van de monumentenwetgeving ook nog beoordeeld te worden of de voorgestane wijziging de cultuur–historische waarden niet aantast. Bij bouwwerken in de historische dorpse bebouwingslinten en bij authentieke traditionele boerderijen zijn met name ook de detaillering en de materiaal– en kleurgebruik van belang. De sneltoetscriteria zijn te algemeen gesteld om in die situaties de ruimtelijke kwaliteiten voldoende te waarborgen. Zodra er sprake is van één van deze genoemde categorieën zal dus altijd getoetst moeten worden aan de gebiedsgerichte criteria. Het is niet verplicht om de sneltoetscriteria te volgen. Andere bouwwerken zijn ook toegestaan mits er dan maar voldaan wordt aan de geldende gebiedsgerichte criteria. Gebiedsgerichte criteria. De gebiedsgerichte criteria zijn gekoppeld aan specifieke gebieden. Per gebied is er een gebiedsbeschrijving met waardering opgesteld met daaraan gekoppeld een welstandsniveau en gebiedsgerichte criteria. De inhoud en/of mate van gedetailleerdheid van de gebiedsgerichte criteria is afgestemd op het welstandsniveau. Hoe diepgaander en/of gedetailleerder de criteria zijn opgesteld, hoe hoger het welstandsniveau is. De gebiedsbeschrijvingen bevatten geen welstandscriteria. Het zijn uitsluitend beschrijvingen van de bestaande situatie en de aanwezige karakteristieke kenmerken van een gebied. Welstandsniveaus. Gebieden met een hoog welstandsniveau zijn van wezenlijk belang voor het totaalbeeld van de gemeente. Vaak zijn het de gebieden die een eerste indruk geven van de gemeente en/of beeldbepalend zijn. Daarbij kan gedacht worden aan invalswegen, hoofdroutes, de stedenbouwkundige assen en het stationsgebied. Ook een gedeelte van de historische dorpse bebouwingslinten, het centrum en de instituten vallen hieronder. Gebieden met een regulier welstandsniveau betreffen veelal de dagelijkse leefomgeving met een woon–en/of bedrijfsfunctie. Het zijn gebieden met eigen ruimtelijke kwaliteiten die gewaarborgd moeten worden. Met het oog hierop dient er een zorgvuldige afstemming plaats te vinden van nieuwe bouwkundige ingrepen. Gebieden met een laag welstandsniveau leveren door hun ligging en/of functie geen wezenlijke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteiten in de gemeente. Er dient echter wel voorkomen te worden dat in deze gebieden geen excessen ontstaan. Derhalve is in beperkte mate welstandstoezicht noodzakelijk. Gebiedsindelingen. Bij de indeling is ervoor gekozen om gebieden die qua bebouwing niet wezenlijk van elkaar verschillen, samen te voegen. Uit de stedenbouwkundige opzet (verkaveling/stratenpatroon) kan wellicht geconcludeerd worden dat de samengevoegde gebieden uit verschillende periodes dateren doch voor de opstelling van de gebiedsgerichte criteria is dat niet van zodanig belang dat een verdere uitsplitsing in gebieden noodzakelijk is. Gebleken is dat de noodzaak hiertoe wel aanwezig is bij de historische dorpse bebouwingslinten. De onderlinge verschillen zijn in deze gebieden mede bepalend voor de gebiedsgerichte criteria. Derhalve is voor deze gebieden een verdere uitsplitsing gemaakt. Gebiedsgerichte criteria. Bij de formulering van de gebiedsgerichte criteria is van grof naar fijn gewerkt. De criteria zijn duidelijk geformuleerd doch niet allesomvattend. Diverse uitwerkingen van een bouwplan kunnen voldoen aan redelijke eisen van welstand. Het is onmogelijk om al de uitwerkingen concreet te omschrijven. Hiermede wordt overigens wel tegemoet gekomen aan de wens tot verduidelijking en vereenvoudiging zonder afbreuk te doen aan de ontwerpvrijheid van de aanvrager/architect. Trendsetters. Trendsetters worden aangewezen door burgemeester en wethouders en op een lijst geplaatst die onderdeel uitmaakt van de welstandsnota. Tot op heden zijn er nog geen trendsetters aangewezen. Per situatie zal bepaald worden welke aspecten van belang zijn om op grond van de trendsettersregeling te kunnen concluderen dat een volgend bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. De aspecten waaraan gedacht kan worden zijn de massa en vorm, de detaillering en het materiaal– en kleurgebruik. Er zal aangegeven worden of deze aspecten identiek moeten zijn aan de trendsetter of afgestemd moeten zijn op de trendsetter. Het is niet verplicht om een trendsetter te volgen. Alle bouwwerken zijn immers toegestaan zolang er maar voldaan wordt aan de geldende sneltoetscriteria of gebiedsgerichte criteria. Reclame. Voor reclame zijn afzonderlijke criteria geformuleerd. Het is een specifieke materie die een wezenlijke invloed heeft op de ruimtelijke kwaliteiten van de omgeving. Bij de formulering is aansluiting gezocht bij de gebiedsindeling die ook wordt gehanteerd bij de gebiedsgerichte criteria. De inhoud van de criteria voor reclame zijn afgestemd op het karakter van het desbetreffende gebied (bv. woonwijk of bedrijventerrein). Herontwikkelingen. Om in de toekomst de ruimtelijke kwaliteit van een gebied te kunnen waarborgen, is het van belang dat de basis goed is. Dit betekent concreet dat bij grootschalige herontwikkelingen of de realisering van nieuwe woonwijken of bedrijventerreinen meestal behoefte bestaat aan meer gedetailleerde welstandscriteria. Zodra de nieuwbouw is gerealiseerd, kan voor het beheer vervolgens volstaan worden met minder gedetailleerde welstandscriteria. Dergelijke ontwikkelingen gaan altijd gepaard met een planologische inpassing zoals bv. de herziening van een bestemmingsplan. Gelijktijdig met de opstelling van het bestemmingsplan zullen welstandscriteria worden opgesteld. Deze kunnen gelijktijdig met het bestemmingsplan in procedure worden gebracht en door de gemeenteraad worden vastgesteld. De herontwikkelingslocaties of uitleggebieden waarvoor reeds welstandscriteria zijn vastgesteld maar nog niet zijn gerealiseerd of waarvoor op termijn criteria ter vaststelling aan de raad worden aangeboden, zijn als ontwikkelingsgebied op de kaarten van de gebiedsindeling aangegeven Kunstwerken/gedenktekens. Het welstandstoezicht is niet van toepassing op kunstwerken/gedenktekens. Dit betekent concreet dat dergelijke bouwwerken niet getoetst behoeven te worden aan redelijke eisen van welstand. Aanleiding hiervoor is het feit dat kunstwerken of gedenktekens uniek zijn. Het is niet mogelijk om welstandscriteria op te stellen waaraan een ontwerper/kunstenaar van dergelijke bouwwerken zich moet houden. Kunstwerken worden meestal in het openbaar gebied geplaatst met het doel om een positieve bijdrage te leveren aan de directe (woon)omgeving. Gedenktekens worden ook meestal in het openbaar gebied geplaatst maar dan met het doel om een bepaalde gebeurtenis of persoon te herdenken. Voor beide categorieën bouwwerken geldt echter dat bij plaatsing geen afbreuk gedaan zal worden aan de ruimtelijke kwaliteiten van de omgeving. Derhalve is welstandstoezicht ook niet noodzakelijk. Hierbij dient opgemerkt te worden dat uitsluitend echte kunstwerken en gedenktekens welstandsvrij zijn. Zodra deze reclame bevatten of een directe relatie hebben met bv. een bedrijf waarbij het bouwwerk is geplaatst (indirecte reclame), dient er een toetsing plaats te vinden aan de van toepassing zijnde welstandscriteria.

Rechtspraak bij dit artikel