Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10:

Bevoegdheden van het algemeen bestuur

Onderdeel van De gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool

1. Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen. Het algemeen bestuur kan alle bevoegdheden delegeren aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen delegatie verzet. 2. De volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn niet overdraagbaar: a) het aanwijzen van een voorzitter, een secretaris en een penningsmeester, en diens plaatsvervangers en de overige leden van het dagelijks bestuur; b) het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur en diens waarnemer; c) het vaststellen van de begroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenraming, respectievelijk begrotingswijzigingen en de jaarstukken; d) het vaststellen van de lesgeldtarieven; e) het vaststellen van een reglement van orde; f) het vaststellen van de Financiële verordening en de Controle verordening; g) het vaststellen van een verordening tot instelling van een commissie ex artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht, en de verordening voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; h) het doen van voorstellen tot wijziging, toetreding, uittreding en opheffing van deze gemeenschappelijke regeling; i) het vaststellen van een directiestatuut; j) het instellen van commissies als bedoeld in artikel 24 en 25 van de Wgr. 3. Aan het Algemeen Bestuur komt in het kader van de vanaf 1 januari 2020 geldende Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, het recht toe te besluiten tot de oprichting van en deelneming in verenigingen voor zover dat nodig is voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel