1. De bestuursorganen van de dienst worden bijgestaan door een directeur, aan wie in het dagelijks bestuur een adviserende stem toekomt. De directeur vervult ten behoeve van het algemeen bestuur en ten behoeve van het dagelijks bestuur de taak van adviseur.
2. De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur.
3. De directeur is belast met de dagelijkse leiding van de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool.
4. De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.
5. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgesteld in een statuut. Het statuut wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.
6. De directeur is verantwoording schuldig aan het dagelijks bestuur.
7. De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden.
Hoofdstuk
Artikel 18:
Functie, Benoeming en Taak
Onderdeel van De gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool