Het persoonlijk minimabudget bedraagt per kalenderjaar 40% van de van toepassing zijnde norm.
Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op persoonlijk minimabudget ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid van de wet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een persoonlijk minimabudget naargelang de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.
De bedragen van het persoonlijk minimabudget worden naar boven afgerond op het eerstvolgende veelvoud van € 5.
Gehuwden en alleenstaanden met een of meerdere inwonende kinderen in de leeftijd van 13 tot 18 jaar ontvangen een bedrag van € 100 bovenop het bedrag genoemd in lid 1.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3.
Hoogte van de toeslag
Onderdeel van VERORDENING PERSOONLIJK MINIMABUDGET ZWIJNDRECHT