Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.11.

Elementverharding

Onderdeel van Nadere regels 2022

1.. Het opnemen en terugplaatsen van elementverharding dient zorgvuldig plaats te vinden, waarbij schade zo veel mogelijk wordt voorkomen. 2.. De uitgenomen elementverharding dient altijd binnen de afzetting te worden opgeslagen. 3.. Herstel dient van dezelfde kwaliteit te zijn als de kwaliteit van de verharding voordat er gegraven werd. 4.. Indien het niet mogelijk dan wel wenselijk is om het herstel van de elementverharding in dezelfde kwaliteit als de verharding voordat er gegraven werd, uit te voeren, dient de uitvoering en de daarbij behorende kostenverdeling van het herstel voorafgaande aan de werkzaamheden in overleg met het college te zijn overeengekomen. Hierbij geldt als uitgangspunt dat verharding met breuk niet teruggeplaatst mag worden en voor gelijkwaardig materiaal vervangen moet worden.

Rechtspraak bij dit artikel