Het college kan in zeer bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien onverkorte toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid.
In gevallen waarin deze regeling niet voorzien, beslist het college.
Artikel 8 Inwerkingtreding
De beleidsregels treden per 1 januari 2022 in werking. Deze regels worden gepubliceerd in het gemeenteblad en worden aangehaald als de regeling “Beleidsregels schuldhulpverlening 2022 Beuningen”.
Toelichtingopbeleidsregelsschuldhulpverlening
Inleidingalgemeen
In Q1 2022 heeft de gemeenteraad het beleidsplan “schuldhulpverlening 2022-2025” vastgesteld. In dit beleidsplan zijn de uitgangspunten van de gemeente Beuningen neergelegd op het terrein van schuldhulpverlening. Deze beleidsregels zijn een nadere concretisering hiervan. De burger weet hierdoor wat de voorwaarden zijn voor toelating tot de gemeentelijke schuldhulpverlening en waaraan hij zich dient te houden en de gemeente op haar beurt weet welke verplichtingen zij aan de burger mag opleggen.
Artikel1. Begripsbepalingen
Dit artikel is grotendeels gebaseerd op artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Artikel2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening
Conform de visie zoals neergelegd in het beleidsplan “Schuldhulpverlening 2018-2022” staat schuldhulpverlening in beginsel open voor alle inwoners van Beuningen van 18 jaar en ouder. Een specifiek doelgroepenbeleid wordt dus niet gevoerd door de gemeente.
Artikel3. Aanbodschuldhulpverlening
Een gerichte en selectieve toepassing van schuldhulpverlening vraagt om maatwerk. Of aan de verzoeker een aanbod schuldhulpverlening zal worden gedaan en vervolgens welk product of combinatie van producten kan worden ingezet hangt onder meer af van de situatie van de verzoeker, de doelstelling van de schuldhulpverlening en de voorwaarden van het betreffende product. De inzet van producten kan per situatie verschillen. Er worden in artikel 3 enkele factoren genoemd die bepalen in welke mate de gemeente één of meerdere producten schuldhulpverlening aanbiedt. Voor een deel is dit een nadere invulling van het begrip ‘regelbare schuld’ en ‘regelbare schuldenaar’ conform de indeling in het beleidsplan. Afhankelijk van de persoonlijke situatie wordt de voor de klant geschikte dienstverlening ingezet. Als deze schulden op basis van de beleidsregels debiteuren niet voor een regeling in aanmerking komen is dit mede bepalend voor het schuldhulpverleningsaanbod. Het aanbod schuldhulpverlening is ook mede afhankelijk van de specifieke woonsituatie, zoals bij de eigenwoningbezitters en de mensen met een briefadres.
Artikel 4. Verplichtingen en gevolgen schending daarvan
Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager voorop gesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van mensen zelf om tijdig de benodigde, recente informatie te geven (lid 1) en medewerking te verlening (lid 2). Dit zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van een traject.
Wat betreft de verplichting tot medewerking is in lid 2 een aantal verplichtingen benoemd. Dit is geen limitatieve opsomming. De medewerking bestaat onder andere uit:
het nakomen van afspraken;
het zich houden aan de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst, budgetbeheerovereenkomst en de voorwaarden schuldhulpverlening.
Indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, leden 1 en 2, kan het college besluiten om een aanvraag schuldhulpverlening af te wijzen dan wel te beëindigen. Alvorens dat te doen wordt, conform lid 4, verzoeker eenmaal een termijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan verzoeker wordt gesteld is in dit artikel bewust niet benoemd. De termijn dient een redelijke te zijn. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting. Komt verzoeker ook gedurende de herstelperiode zijn verplichting niet na, dan kan het college besluiten tot weigering of beëindiging van de schuldhulpverlening. In het kader van eigen verantwoordelijkheid wordt een eenmalige hersteltermijn voldoende geacht.
Artikel 4 lid 3 is geformuleerd als een zogenaamde “kan”-bepaling. Het college heeft de bevoegdheid tot weigering of beëindiging, maar niet de verplichting. Dit geeft het college met name ruimte om van een weigering of beëindiging af te zien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
Artikel 5. Beëindiginggronden
In dit artikel wordt beschreven wanneer schuldhulpverlening kan worden beëindigd. Het artikel laat in ieder geval de werking van artikel 4 onaangetast. Tevens kan een traject beëindigd worden omdat een klant niet meer tot de doelgroep behoort. Denk hierbij aan verhuizing buiten Beuningen, overlijden etc.
Van de gronden zoals benoemd, verdienen de gronden onder f. en g. bijzondere aandacht gelet op de visie zoals neergelegd in het beleidsplan schuldhulpverlening. Daar waar Beuningen wil staan voor een selectieve en gerichte toepassing van schuldhulpverlening, kan dat betekenen dat schuldhulpverlening wordt beëindigd indien de vorm van hulpverlening niet langer aansluit bij de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar. Bij een beëindiging van het traject kan andere hulpverlening en/of specifieke dienstverlening ingezet worden, bv Informatie & Adviesgesprekken nadat een schuldregeling niet is gelukt.
Artikel 6. Hernieuwde aanvraag na beëindiging eerder traject
Ook dit artikel is geformuleerd als een zogenaamde “kan”-bepaling. Het college heeft de bevoegdheid tot weigering van een hernieuwde afvraag, maar niet de verplichting. Dit artikel gaat enerzijds over eigen verantwoordelijkheid. Ontmoedigd moet worden dat burgers al te lichtvaardig gestarte hulpverlening beëindigen om vervolgens kort daarna een nieuwe aanvraag in te dienen. Anderzijds gaat dit artikel over prioriteitstelling: keuzes tot al dan niet toelaten tot de schuldhulpverlening dienen mede te worden gemaakt tegen de organisatorische achtergrond van beschikbare formatie en tijd. Vandaar het gebruik van uitsluitingstermijnen. Bij het bepalen of een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening telt de verleende schuldhulpverlening c.q. de contacten daaromtrent vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels ook mee.
De beleidsvrijheid zoals aan de gemeente gegeven om een dergelijke bepaling op te nemen, ontslaat de gemeente niet van de verplichting om, daar waar een onevenredige situatie ontstaat voor de inwoner, af te wijken van het bepaalde van artikel 6 indien nodig (ingevolge artikel 7: de hardheidsclausule). Bijvoorbeeld als er redenen zijn die de inwoner niet waren toe te rekenen.
Artikel 7. Onvoorziene omstandigheden
Dit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere (lid 1) c.q. onvoorziene (lid 2) gevallen af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze regeling.
Artikel 8. Inwerkingtreding
De beleidsregels treden per 1 januari 2022 in werking.