Wethouders worden benoemd door de raad.
Bij de benoeming van een wethouder wordt door de raad een ad hoc commissie benoembaarheid wethouders ingesteld.
Deze commissie heeft als taak te onderzoeken of de kandidaat voldoet aan de eisen van de gemeentewet en de raad hierover schriftelijk te adviseren.
Bij een tussentijdse benoeming bestaat de ad hoc commissie benoembaarheid wethouders uit één lid per fractie, met uitzondering van de fractie waaruit de wethouder benoemd wordt. Bij de benoeming van een geheel nieuw college neemt uit iedere fractie iemand plaats in de commissie.
De kandidaat wethouder overlegt de documenten die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid te verrichte toetsing. De kandidaat wethouder maakt bovendien alle overige door hem of haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar.
De ad hoc commissie benoembaarheid wethouders toetst de van de kandidaat wethouder ontvangen documenten aan de hand van:
benoembaarheidsvereisten: de artikelen 35, 36a, 10 en 41 a van de gemeentewet;
nevenfuncties: de artikelen 12 en 41b van de gemeentewet;
onverenigbare functies: artikel 36b van de gemeentewet;
onverenigbare en verboden handelingen: de artikelen 41c, 15 en 46 van de gemeentewet;
de gedragscode voor de gemeente;
een verklaring omtrent het gedrag.
De commissie verricht haar werkzaamheden in een niet-openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gemaakt.
De kandidaat wethouder kan door de commissie worden uitgenodigd om de aangedragen documenten mondeling te komen toelichten.
Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een schriftelijk beargumenteerd advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Hierin wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.
De griffier ondersteunt de ad-hoc commissie benoembaarheid wethouders.
Hoofdstuk III Nieuwe raadsleden, benoeming wethouders en fracties
Artikel 12
Benoeming wethouders
Onderdeel van Verordening voor de gemeenteraad en raadscommissies gemeente Alblasserdam 2022