Na opening van de vergadering kunnen burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit vóór de aanvang van de vergadering van de raad aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn contactgegevens en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes insprekers zijn. De voorzitter kan na overleg met de gemeenteraad in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk IV Vergaderingen gemeenteraad
Artikel 21
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening voor de gemeenteraad en raadscommissies gemeente Alblasserdam 2022