**1..** Binnenhavengeld Pleziervaart is verschuldigd bij aanvang van het belastingjaar of zodra het gebruik of genot, genoemd in artikel 2, begint.
**2..** Voor zover Binnenhavengeld Pleziervaart wordt geheven naar een jaartarief, geldt de verschuldigdheid, ongeacht het moment van aanvang van het gebruik of genot in het jaar, voor de periode van 1 januari tot en met 31 december van het jaar waarin het gebruik of genot aanvangt.
**3..** In afwijking van het tweede lid is Binnenhavengeld Pleziervaart verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, bij:
de aanschaf van een pleziervaartuig;
aangifte voor een pleziervaartuig, waarvoor niet eerder Binnenhavengeld Pleziervaart is geheven;
een aanpassing van de wijze waarop het pleziervaartuig wordt aangedreven.
**4..** In afwijking van het tweede lid bestaat aanspraak op ontheffing van Binnenhavengeld Pleziervaart voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, bij:
de verkoop van een pleziervaartuig;
verhuizing van de belastingplichtige naar een andere gemeente;
een aanpassing van de wijze waarop het pleziervaartuig wordt aangedreven.
**5..** Voor zover Binnenhavengeld Pleziervaart wordt geheven naar een bezoekerstarief of een dagtarief, geldt de verschuldigdheid vanaf het moment dat een pleziervaartuig wordt afgemeerd.
**6..** Het voor een pleziervaartuig na aangifte verkregen jaarvignet of doorvaartvignet is gebonden aan dat pleziervaartuig en kan niet worden overdragen van pleziervaartuig naar pleziervaartuig.