Er bestaat voor het college geen verplichting tot terugvordering (discretionaire bevoegdheid). Het besluit om wel of niet daadwerkelijk terug te vorderen is aan het college. Zo'n beslissing vereist een belangenafweging (artikel 3:4 Awb). Welke belangen precies een rol spelen en hoe die afgewogen moeten worden tegen het algemene belang van een rechtmatige besteding van gemeenschapsgelden, is sterk afhankelijk van de casus.
Het besluit tot herziening van het recht op de voorziening en de daaraan gekoppelde
terugvordering biedt geen grond voor terugvordering, met uitzondering van de terugvordering op grond van de wet (de inwoner heeft opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt). Er is dan sprake van een civielrechtelijke vordering op grond van onverschuldigde betaling, waarvoor het Burgerlijk Wetboek, boek 6 artikel 203 e.v. de wettelijke basis biedt.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.2
Terugvordering Artikel 6.2.1 Bevoegdheid tot terugvordering
Onderdeel van Nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning Meierijstad 2023