De citeertitel van deze subsidieregeling is Subsidieregeling Voorschoolse educatie gemeente Leeuwarden 2022
Bijlage 1 Kwaliteitskader peuteropvang en VVE gemeente Leeuwarden 2022
Dit kwaliteitskader is gekoppeld aan de Subsidieregeling voorschoolse educatie Leeuwarden 2022: een kindgebonden gemeentelijke financiering voor peuters die gebruikmaken van een erkende in het Landelijk Register Kinderopvang geregistreerde locatie voor voorschoolse educatie in de gemeente Leeuwarden.
Doelstelling
Doel van dit kader is het bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit van voorschoolse educatie in de gemeente Leeuwarden. Eventuele tussentijdse wijzigingen in het kwaliteitskader kunnen door burgemeester en wethouders worden vastgesteld en worden voorbesproken met de betrokken kinderopvangorganisaties.
Doelgroepdefinitie
De doelgroep peuters van het onderwijsachterstandenbeleid zijn de kinderen met een risico op een onderwijsachterstand. De indicatiestelling wordt gedaan door de consultatiebureaus van GGD Fryslân. Voor de definitie van de doelgroep worden in de gemeente Leeuwarden volgende criteria gehanteerd:
Het kind bevindt zich in een weinig stimulerende omgeving, bijvoorbeeld door:
• Een laag opleidingsniveau van de ouders
• Armoede of geldzorgen in het gezin
• Onvoldoende stimulerend (taal)aanbod thuis
Het kind heeft extra ontwikkelingsbehoefte op een of meer ontwikkelingsgebieden:
denk bijvoorbeeld aan de spraak- en taalontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en/of de motorische ontwikkeling
Reikwijdte
De kinderopvangorganisatie die voorschoolse educatie aanbiedt in Leeuwarden (hierna: de aanbieder) dient te voldoen aan de wettelijke eisen zoals deze zijn vastgelegd in de Wet kinderopvang, de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang, het Basisbesluit kwaliteit voorschoolse educatie en het toezichtskader van de Onderwijsinspectie.
Deze worden jaarlijks gecontroleerd door de GGD (in het kader van de inspecties Wet kinderopvang) en op onregelmatige basis door de Onderwijsinspectie.
Wettelijke en aanvullende gemeentelijke kwaliteitseisen
Aanbod
1. Peuteropvang wordt aangeboden in horizontale groepen (speelleergroepen, 2- tot 4-jarigen) of in verticale dagopvanggroepen (0- tot 4-jarigen) waar dagelijks met horizontale momenten wordt gewerkt. In het pedagogisch werkplan per locatie worden deze horizontale groepsmomenten inhoudelijk en organisatorisch opgenomen.
2. Er is zoveel mogelijk sprake van gemengde groepen: kinderen met en zonder VVE-indicatie waarvan de ouders wel of geen recht hebben op kinderopvangtoeslag spelen en ontwikkelen zich gezamenlijk in een groep. Alleen wanneer de aanbieder kan aantonen dat dit niet te realiseren is kan hiervan, in overleg met de gemeente, afgeweken worden.
VVE-programma
1. Er wordt gewerkt met een VVE-programma zoals opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi).
2. Aanbieder heeft een pedagogisch plan/werkplan voor de peuteropvang waarin wordt vastgelegd op welke wijze het door het Nederlands Jeugdinstituut erkend VVE-programma wordt uitgevoerd en hoe de ontwikkeldomeinen (taal, rekenen/ordenen, sociaal-emotionele ontwikkeling en motoriek) zijn ingericht. Dit plan wordt jaarlijks opnieuw bekeken en waar nodig aangepast.
3. Aanbieder legt de vorderingen van de peuters op individueel niveau vast in een kindvolgsysteem.
4. Alle medewerkers op de groep zijn geschoold in het VVE-programma dan wel volgen aantoonbaar de scholing.
5. Op ieder kindcentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden moet een pedagogisch beleidsmedewerker worden ingezet voor de verhoging van kwaliteit van de voorschoolse educatie. De houder bepaalt of de pedagogisch beleidsmedewerker wordt ingezet ten behoeve van de totstandkoming en implementatie van beleidsvoornemens of als coach van beroepskrachten voorschoolse educatie.
Ouderbetrokkenheid
1. Op locaties waar VVE-kinderen aanwezig zijn worden ouders actief betrokken bij hetgeen hun kinderen leren. Ook worden handreikingen gedaan hoe de kinderen thuis te stimuleren in hun ontwikkeling.
2. De aanbieder wisselt tenminste één keer per jaar ervaringen uit met ouders over hun kinderen met behulp van het kindvolgsysteem en biedt ouders ondersteuning bij opvoed- en ontwikkelingsvragen (dit kan ook middels doorverwijzing naar (gespecialiseerde) ondersteuning).
3. Aanbieder heeft een beeld van de eigen ouderpopulatie per locatie en vraagt actief na bij ouders hoe zij hun betrokkenheid vorm kunnen en willen geven.
Samenwerking met het onderwijs/doorgaande lijn
1. Aanbieder zorgt ervoor dat bij plaatsing van een peuter voor de peuteropvang, de ouders tekenen voor (warme) overdracht naar de basisschool.
2. Wanneer kinderen op de 4-jarige leeftijd naar de basisschool gaan, draagt de voorschoolse instelling gegevens over de ontwikkeling van het kind over aan de basisschool. Dit gebeurt door middel van het hiertoe ontwikkelde uniforme overdrachtsformulier, opgesteld en goedgekeurd door het vve-kwaliteitsteam. Doelgroeppeuters worden warm overgedragen naar de basisschool. Dat wil zeggen dat de basisschool de relevante informatie over de ontwikkeling van de peuter in kwestie van de aanbieder ontvangt in aanwezigheid van pedagogisch medewerker en leerkracht en indien mogelijk de ouder(s).
3. Binnen een IKC heeft aanbieder een actieve rol in de voor programmatische samenwerking met het onderwijs.
4. Aanbieder die onderdeel is van een IKC neemt deelt aan overleggen die tot doel hebben om in samenspraak met gemeente en onderwijs tot goede afspraken te komen over een doorgaande lijn van voor- naar vroegschool en ten behoeve van nadere kwaliteitsontwikkeling.
Resultaatafspraken
1De aanbieder participeert in het Kwaliteitsteam VVE en levert een actieve bijdrage om de kwaliteit en resultaten van VVE jaarlijks te verbeteren.
Artikel 15.
Citeertitel
Onderdeel van Regeling subsidie Voorschoolse educatie gemeente Leeuwarden 2022