De volgende bepalingen uit hoofdstuk 5, afdeling 1 ‘Parkeerexcessen’, van de APV 2022 zijn van belang voor deze beleidsregels:
– artikel 5:4: verbod op het langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg parkeren van een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden;
Veelvuldig doet het zich voor dat niet-rijklare (defecte) voertuigen op de weg worden geplaatst. In veel voorkomende gevallen heeft de eigenaar of houder van een dergelijk voertuig deze aangekocht om deze weer rijklaar te (laten) maken. Als dit echter niet slaagt, wordt het voertuig veelal op de weg achtergelaten, waar het na verloop van tijd een autowrak wordt.
– artikel 5:5: verbod op de weg parkeren van een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren, de zogenoemde "voertuigwrakken";
Anders dan de niet-rijklare voertuigen, die in geval van parkeren gedurende zekere tijd in het bijzonder een parkeerexces kunnen opleveren, geeft een achtergelaten voertuigwrak in de eerste plaats aanstoot, doordat het een ontsierend element in het straatbeeld vormt. Ook houdt een wrak een gevaar in voor spelende kinderen en voor de weggebruikers. Het op de weg plaatsen of hebben van een wrak is dus primair om die reden onredelijk.
Hoewel we een wrak vaak niet meer kunnen beschouwen als voertuig in de zin van de wegenverkeerswetgeving is deze bepaling gezien haar strekking en het verband met de andere bepalingen als parkeerexcesbepaling aan te merken.
Deze bepaling heeft betrekking op het plaatsen en hebben van wrakken op de weg (in de zin van de WvW 1994). Het verbod richt zich op degene die het voertuigwrak op de weg plaatst of heeft. Dat is dus een ruimere kring van personen dan alleen de bestuurder; ook andere belanghebbenden bij het voertuig vallen dan onder deze bepaling.
– artikel 5:6: verbod op het langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg parkeren van een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt;
Hieronder vallen in ieder geval: caravans, campers, kampeerwagens, aanhangwagens, magazijnwagens, keetwagens e.d. op een openbare plaats. In deze bepaling gebruiken we de term parkeren om de handhaving van deze bepaling eenvoudiger te maken.
– artikel 5:7: verbod op de weg parkeren van reclamevoertuigen (met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken).
Dit artikel richt zich tegen degenen die voor een beroep of bedrijf reclame maken door één of meer voertuigen, voorzien van handelsreclame, op de weg te parkeren. Hierbij staat het maken van reclame voorop. Als handelsreclame in de zin van deze bepaling wordt niet gezien de vermelding op een voertuig van de naam van het bedrijf waarbij het voertuig in gebruik is en een (korte) aanduiding van de goederen of diensten die dat bedrijf pleegt aan te bieden. Deze voertuigen worden immers niet primair gebruik “met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken”, maar vooral als vervoersmiddel.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2.1.
Hoofdstuk 5, afdeling 1 van de APV 2022
Onderdeel van BELEIDSREGELS PARKEEREXCESSEN ALBLASSERDAM 2022