Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling Onderwijskansen gemeente Barneveld

3.1 Kindgebonden financiering peuteropvang Een aanbod aan peuters van ouders, aantoonbaar zonder recht op kinderopvangtoeslag- waarbij het college maximaal 8 uur per week subsidieert. Een aanbod aan peuters met een VVE-indicatie van zowel ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag als ouders met recht op kinderopvangtoeslag – waarbij het college maximaal 16 uur per week subsidieert. 3.2 Inzet pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie Deze subsidie heeft als doel om de kwaliteit van voorschoolse educatie te verhogen door het uitvoeren van kwaliteits-verhogende beleidsmaatregelen en/of coaching van pedagogisch medewerkers. 3.3 Extra ondersteuningsmogelijkheden voor locaties met veel doelgroepkinderen Tegemoetkoming voor aanbieders met een relatief hoog aandeel doelgroepkinderen. Een relatief hoog aandeel betekent meer dan 40% doelgroepkinderen met een minimum van 15 doelgroepkinderen. Op deze manier kan ook daar de benodigde extra ondersteuning en activiteiten voor doelgroeppeuters geboden worden. De subsidie is bedoeld om de groepsgrootte terug te brengen of extra ‘handen op de groep’ te faciliteren. 3.4 Inzet extra uren pedagogisch medewerker op de peuteropvang Ook kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte kunnen gebruik maken van de peuteropvang. Als er extra ondersteuning nodig is om een kind of groep (tijdelijk) te begeleiden, de ontwikkeling te bevorderen of de veiligheid te borgen kan een extra pedagogisch medewerker worden ingezet. Deze subsidie kan worden aangevraagd conform de afspraken beschreven in het kwaliteitskader peuteropvang gemeente Barneveld. 3.5 Aanvullende subsidie peuteropvang kleine kern Het college kan ieder jaar een subsidie verlenen als tegemoetkoming in de kosten om peuteropvangvoorzieningen in de kleine kernen open te houden. De restrictie is dat daarmee geen oneerlijke concurrentie alsmede marktverstorende werking optreedt. Jaarlijks wordt dit per afzonderlijke kern beoordeeld en vastgesteld. Er dienen minimaal gemiddeld 6 peuters gebruik te hebben gemaakt van de peuteropvang in het kalenderjaar van de subsidieaanvraag. 3.6. Subsidie onderwijsprojecten en -pilots gericht op het bestrijden van onderwijsachterstanden Ook kan er een subsidie worden aangevraagd voor: Aanvullende activiteiten op het aanbod van voor- en vroegschoolse educatie; Voorkomen of terugdringen van (onderwijs-)achterstanden bij Barneveldse basisschoolleerlingen. De voorwaarden voor deze subsidie zijn: de subsidie bedient geen individuele kinderen; de subsidie is aanvullend op de eigen middelen die de school ontvangt voor het onderwijsachterstandenbeleid; er is sprake van cofinanciering; en er wordt bij voorkeur met lokale partijen gewerkt. Voor dit soort subsidies is jaarlijks maximaal € 50.000,- beschikbaar.

Rechtspraak bij dit artikel