Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning

Onderdeel van Marktverordening 2022

Burgemeester en wethouders trekken de vaste-standplaatsvergunning in: op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 12 een aanvraag tot overschrijving is ingediend. Burgemeester en wethouders kunnen de vaste-standplaatsvergunning intrekken als: de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; de vergunninghouder, de vaste vervanger of een persoon die hem/haar bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; wanneer tenminste drie achtereenvolgende keren, dan wel vijf maal gedurende twee opeenvolgende maanden, geen gebruik van de standplaatsvergunning wordt gemaakt, dan kan de vergunning worden ingetrokken; de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd. Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde vaste standplaats tijdelijk vervalt. Als de vergunninghouder of zijn/haar rechtmatige vervanger de standplaats niet uiterlijk een uur na aanvang van de markttijd heeft ingenomen, vervalt de vaste-standplaatsvergunning voor de rest van de dag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel