Naar hoofdinhoud
Landschappelijke inpassing In het algemeen moet iedere ruimtelijke verandering in de gemeente Dalfsen op een verantwoorde manier worden ingepast in de omgeving. Hiervoor zijn in de omgevingsvisie en het omgevingsplan duidelijke voorwaarden aan verbonden. De mate en omvang van de inpassing wordt door onafhankelijke landschapsexperts getoetst voorafgaand of tijdens behandeling van de aanvraag omgevingsvergunning. Deze voorwaarden gelden dus ook voor zonneparken. In enquêtes en gesprekken geven veel inwoners aan dat zonneparken visueel niet fraai zijn en een verstoring van het landschap veroorzaken. Met beplanting aan de buitenzijde kan deze verstoring worden verminderd. In het ontwerp van het park moet hiermee rekening worden gehouden, zowel voor direct omwonenden als gebruikers van de openbare weg. In het plantseizoen voorafgaand aan de realisatie van het park moet deze beplanting worden aangebracht met een gemiddelde aanplanthoogte van 1,5 meter. Deze beplanting moet passen bij de streek en voor minimaal 25% groenblijvend zijn in de winter. Snoeiwerkzaamheden moeten gefaseerd worden uitgevoerd zodat altijd een groot deel van de beplanting in stand blijft. Windmolens zijn landschappelijk niet inpasbaar vanwege de grote hoogte van de molen. Daarvoor gelden de reguliere compensatie-instrumenten (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving). Een initiatiefnemer moet maatregelen treffen ter verbetering/herstel van het landschap/biodiversiteit. Bij voorkeur in de omgeving van een molen. Tot slot moet de initiatiefnemer met de bewoners afspraken maken over de vormgeving en kleurstelling van de molen en de bijbehorende onderdelen zoals stroomkasten en toegangspaden. Deze afspraken worden getoetst bij de vergunningsaanvraag. Voor de duidelijkheid: deze maatregelen vallen buiten de financiële bijdragen aan het omgevingsfonds.

Rechtspraak bij dit artikel