Naar hoofdinhoud
Tijdelijkheid Een zonnepark of windmolen wordt voor maximaal 25 jaar toegestaan (tijdelijke aanvullende bestemming (artikel 2.12 lid 1 onder a, sub 3o van de Wabo)). Onder voorwaarden, zoals instemming omwonenden, kan deze termijn beperkt worden verlengd na afloop van de eerste vergunningsperiode. Een omgevingsvergunning wordt verleend met een looptijd van 25 jaar, gerekend vanaf de dag dat de exploitatie van een windmolen of enig deel van het zonnepark is begonnen. De exploitatie van een zonnepark is begonnen: Op de dag dat het zonnepark geheel of gedeeltelijk bij CertiQ (althans de entiteit/rechtspersoon die op dat moment bevoegd is productie-installaties als het zonnepark te registreren) is aangemeld of indien dit eerder is, of; Met ingang van de dag 2 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning. Hierdoor krijgt een initiatiefnemer voldoende bouwtijd en een redelijk rendement. Maar deze voorwaarde zorgt ook voor een heldere eindpunt voor de grondeigenaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel