Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.5.1

Voorrangsregeling voor vergunningverlening standplaatsen

Onderdeel van Huisvestingsverordening ’s-Hertogenbosch 2021, tweede wijziging

Vrijkomende standplaatsen worden volgens onderstaande voorrangsregeling toegewezen; 1e voorrangsgroep: kinderen of kleinkinderen die sinds hun geboorte als kind altijd op de locatie waar een standplaats vrijkomt hebben gewoond. Zij wonen dus nog bij hun ouders of grootouders in. 2e voorrangsgroep: kinderen of ouders van bewoners van de locatie waar een standplaats vrijkomt die nu in een woning of op een andere woonwagenlocatie wonen. 3e voorrangsgroep: een woonwagenbewoner die al meer dan drie jaar inwoont bij iemand anders op de locatie waar een standplaats vrijkomt. 4e voorrangsgroep: een woonwagenbewoner die in de gemeente woont waar de standplaats vrijkomt. 5e voorrangsgroep: overige familieleden van de bewoners op de woonwagenlocatie waar een standplaats vrijkomt. 6e voorrangsgroep: een woonwagenbewoner die in een van de andere gemeenten woont waar deze regels gelden binnen de regio Noordoost Brabant. 7e voorrangsgroep: overige woonwagenbewoners die een standplaats zoeken 8e voorrangsgroep: overige standplaatszoekenden die geen woonwagenbewoner zijn

Rechtspraak bij dit artikel